Kies je verkeerd in box 3, dan kost het je honderden euro’s: zo misleidend is ‘fictief rendement’

Economie
door Dirk Kruin
zaterdag, 11 april 2026 om 6:25
generated-image
Wie in 2025 vermogen heeft in de vorm van spaargeld, beleggingen of een tweede huis, geeft dat zoals gebruikelijk op in box 3 van de inkomstenbelasting. De heffing over dit vermogen is al jaren omstreden, omdat de Belastingdienst werkt met een fictief rendement: een veronderstelde winst, ongeacht wat iemand werkelijk heeft verdiend.
Na uitspraken van de Hoge Raad, die oordeelde dat een te hoog forfaitair rendement in strijd is met het EVRM, is het stelsel tijdelijk aangepast. Voor de aangifte over 2025 mogen belastingplichtigen nu kiezen: óf belasting betalen over hun werkelijke rendement, óf over een fictief rendement van 5,88 procent op beleggingen, waarover vervolgens 36 procent belasting wordt geheven.
Belangrijk detail: wie kiest voor het werkelijke rendement, raakt het heffingsvrije vermogen kwijt. Bij keuze voor het fictieve rendement blijft die vrijstelling wél gelden: 57.684 euro per persoon en 115.368 euro voor fiscale partners, gemeten op 1 januari 2025.

Wanneer is welke keuze gunstig?

Heb je bijvoorbeeld met je beleggingen in 2025 10 procent winst gemaakt, dan kan het gunstiger zijn om toch voor het fictieve rendement van 5,88 procent te kiezen, omdat je dan alleen over dat lagere percentage wordt aangeslagen. Maak je juist slechts 3 procent winst, dan lijkt het logisch om voor het werkelijke rendement te gaan.
Toch kan iemand met een relatief klein vermogen net boven de vrijstelling duurder uit zijn als hij het werkelijke rendement kiest, juist omdat dan het heffingsvrije vermogen vervalt. Volgens financieel planners kan de keuze zo honderden euro’s schelen; belastingsoftware rekent meestal automatisch de voordeligste optie uit, maar experts raden aan dit zelf te controleren.
De keuze tussen werkelijk en fictief rendement raakt direct aan het gevoel van belastinggerechtigheid: spaarders en kleine beleggers willen niet opnieuw de rekening betalen voor een stelsel dat de Hoge Raad al eerder afkeurde. Tegelijk schuift de politiek de definitieve hervorming van box 3 vooruit, terwijl het vermogen voor veel Nederlanders juist de financiële buffer is in tijden van hoge woonlasten en economische onzekerheid. De nieuwe keuzevrijheid klinkt royaal, maar verlegt de verantwoordelijkheid subtiel naar de burger: wie verkeerd klikt in zijn aangifte, kan zich achteraf nauwelijks nog beroepen op onrecht.
loading

Loading