Wie tussen de 40 en 60 is en dit jaar of volgend jaar overstapt naar een andere werkgever, kan zonder het te weten duizenden euro's pensioengeld laten liggen. Niet door een fout van je werkgever, niet door slecht onderhandelen, maar door één datum in de administratie van een pensioenfonds. En er is bijna niets tegen te doen.
De rekening van een oude belofte
In het oude stelsel betaalden jonge werknemers mee aan het
pensioen van hun oudere collega's. In het nieuwe stelsel is dat losgelaten. Precies de groep die jarenlang extra inlegde, krijgt die subsidie zelf niet meer terug: grofweg de veertigers en vijftigers. Om dat te repareren werd in 2019 in het Pensioenakkoord afgesproken hen te compenseren met een extra bedrag in hun pensioenpot, op het moment dat hun fonds overgaat naar de nieuwe regels.
Die reparatie kent één harde voorwaarde. Je moet op de peildatum van de overgang nog actief pensioen opbouwen bij dat fonds. Veel fondsen keren de compensatie in één keer uit, op dat ene moment. Wie een dag eerder uit dienst is, krijgt niets.
Te vroeg weg bij het ene fonds, te laat binnen bij het andere
Waarom de fondsen niet gelijk oplopen
Dat zou nauwelijks een probleem zijn als alle fondsen op dezelfde dag waren overgegaan. Maar de overgang is over meerdere jaren uitgesmeerd. Zorgfonds PFZW, metaalfonds PMT en bouwfonds bpfBOUW zijn per 1 januari 2026 over, terwijl ambtenaren- en onderwijsfonds ABP pas per 1 januari 2027 volgt. Uiterlijk 1 januari 2028 moeten alle regelingen zijn omgezet.
Stap je in 2026 uit het onderwijs naar de techniek, dan ben je te vroeg vertrokken bij het ene fonds en te laat aangekomen bij het andere. Bij geen van beide krijg je een cent. Het omgekeerde bestaat ook: wie van een al overgegaan fonds naar een fonds gaat dat nog moet overstappen, kan twee keer compensatie krijgen.
Hoeveel geld het scheelt
De bedragen zijn geen kleingeld. Bij deelnemers van 42 tot 45 jaar kan het om bijna 20.000 euro gaan, en in individuele gevallen scheelt het vanaf de pensioenleeftijd ongeveer 100 euro bruto per maand. Op basis van CBS-cijfers en modelaannames gaat het dit jaar om enkele tienduizenden werknemers. Een indicatie, want de uitkomst hangt af van iedere individuele loopbaan.
Een indicatie, want de uitkomst hangt af van iedere individuele loopbaan
De Tweede Kamer vroeg dit voorjaar unaniem om een oplossing. Die kwam er niet: nieuwe of aanvullende voorschriften worden niet haalbaar geacht vanwege de grote verschillen tussen de fondsen. Wat overblijft, is betere voorlichting.
Wat je zelf nog kunt doen
- Vraag vóór je opzegt de invaardatum en de compensatiepeildatum van je huidige pensioenfonds op, schriftelijk.
- Overweeg je startdatum te verschuiven tot ná die peildatum, ook al is dat een maand later.
- Informeer naar vrijwillige voortzetting van je opbouw. Dat kan bij ongeveer 93 procent van de actieve deelnemers, soms met terugwerkende kracht, maar het geeft niet automatisch recht op compensatie.
- Krijg je een vaststellingsovereenkomst bij een reorganisatie, teken dan niet voordat het pensioeneffect op papier staat.
Peildata verschillen per fonds
Peildata verschillen per fonds. PFZW, PMT en bpfBOUW gingen per 1 januari 2026 over; ABP volgt per 1 januari 2027 en compenseert alleen deelnemers die op 31 december 2026 nog opbouwen en in januari 2027 tussen 40 en 68 jaar zijn. Uiterlijk 1 januari 2028 moeten alle Nederlandse pensioenregelingen zijn aangepast.
Meer weten?