De helft van de 65-plussers heeft minder dan 35.600 euro gespaard

Economie
door Dirk Kruin
dinsdag, 11 augustus 2026 om 14:30
shutterstock_620406839
Je AOW ligt vast, je aanvullend pensioen valt vaak tegen en de rest moet uit je eigen spaarpot komen. De cijfers over wat gepensioneerden werkelijk achter de hand hebben, zijn een stuk minder geruststellend dan de gemiddelden suggereren.
Nederlanders worden steeds ouder, dus moet het spaargeld ook steeds langer mee. En anders dan de AOW, die tot op de cent vastligt, is dat spaargeld het enige onderdeel van je oude dag waar je zelf nog invloed op hebt.

Wat je zeker weet: de AOW

Sinds 1 juli 2026 krijgt een alleenstaande met volledige opbouw netto 1.581,55 euro AOW per maand, met loonheffingskorting. Getrouwd of samenwonend is dat 1.084,13 euro per persoon — samen dus 2.168,26 euro. Daar komt vakantiegeld bovenop, dat in mei wordt uitbetaald.
Dat is de bodem. Alles daarboven hangt af van je werkgeverspensioen en je eigen vermogen. En juist daar wringt het.
Wie denkt automatisch op zeventig procent van zijn laatste loon uit te komen, rekent zich rijk.

De 70 procent die zelden wordt gehaald

De vuistregel dat je pensioeninkomen zo'n 70 procent van je oude inkomen bedraagt, stamt uit het tijdperk van de eindloonregelingen. Die zijn vrijwel verdwenen. Het doorsnee huishouden komt met AOW en aanvullend pensioen uit op ongeveer 60 procent van het eerdere inkomen. Met spaargeld en beleggingen erbij wordt dat 64 procent. Pas wanneer ook de overwaarde van de eigen woning meetelt — geld dat je niet zomaar opneemt — komt het op 78 procent. Ongeveer een derde van de huishoudens blijft onder die 70 procent, zelfs met al het privévermogen meegerekend.

Wat gepensioneerden werkelijk op de bank hebben

De cijfers worden vaak verkeerd gelezen. Huishoudens met een kostwinner tussen 65 en 75 jaar hadden begin 2024 gemiddeld 76.600 euro aan bank- en spaartegoeden — de rijkste leeftijdsgroep van Nederland. Maar dat gemiddelde wordt fors opgetrokken door een kleine groep met veel vermogen.
De mediaan van diezelfde groep is 35.600 euro: de helft heeft minder. Over alle huishoudens samen ligt de mediaan op 21.500 euro.
Het gemiddelde is een reclamefoto. De mediaan is de spiegel.

Waar je buffer voor bedoeld is

Een pensioenbuffer is geen vakantiepot. Het is geld voor een cv-ketel die het begeeft, een lekkend dak, een auto die vervangen moet en zorgkosten die harder oplopen dan verwacht. Bij een koopwoning kan zo'n buffer oplopen tot ruim tienduizend euro, alleen al voor onderhoud en inboedel.
Daarbovenop komen de kosten die na pensionering juist toenemen: energie, voeding en zorg. Het verplichte eigen risico blijft in 2026 op 385 euro, maar stijgt in 2027 naar verwachting naar 455 euro. De gemiddelde zorgpremie ligt dit jaar rond 157 euro per maand.

Kader: rekenen met je eigen situatie

SituatieNetto AOW per maand (juli 2026)
Alleenstaand€ 1.581,55
Gehuwd/samenwonend, per persoon€ 1.084,13
Gehuwd/samenwonend, samen€ 2.168,26
Vuistregel: zet maandelijks zo'n 10 procent van je netto-inkomen apart voor je buffer, en vul hem weer aan zodra je hem hebt gebruikt.

Wat het antwoord dus is

Er bestaat geen magisch bedrag. Een hypotheekvrije woningbezitter met een fatsoenlijk aanvullend pensioen redt het met een paar duizend euro achter de hand. Een huurder die het van de AOW alleen moet hebben, heeft aan diezelfde buffer niets: die komt elke maand tekort. Wat je nodig hebt is geen landelijk gemiddelde, maar het verschil tussen jouw vaste lasten en jouw gegarandeerde inkomen — vermenigvuldigd met de jaren die je nog voor de boeg hebt.
Meer weten?
loading

Loading