Voor het eerst in jaren gaat de doorsnee Nederlander er volgend jaar op achteruit. De groep die buiten de schade blijft, zijn niet de topinkomens, niet de bijstandsgezinnen en niet de gezinnen met kinderen. Het verschil zit niet in wat je verdient, maar in of je nog werkt.
Van plus naar min in één jaar
De
koopkracht van het middelste huishouden daalt in 2027 met 0,3 procent. Dit jaar is er nog een plus van 0,6 procent, en ook die plus is een tegenvaller: in het voorjaar werd nog op 1,4 procent gerekend. De inflatie blijft in 2026 en 2027 rond de 3 procent, vooral door duurdere energie en brandstof.
De cao-lonen stijgen ondertussen harder dan de prijzen: 4,2 procent dit jaar, 3,8 procent volgend jaar. Toch verdampt die winst. Het kabinet verhoogt de tarieven in box 1 en laat schijfgrenzen en heffingskortingen maar deels meestijgen met de inflatie, waardoor er van het brutoloon minder netto overblijft.
De lonen stijgen harder dan de prijzen — en toch houdt bijna niemand er iets aan over.
Werkenden en uitkeringsgerechtigden leveren evenveel in
Werkenden gaan er 0,4 procent op achteruit, uitkeringsgerechtigden precies evenveel. De hardste tik komt bij paren zonder kinderen onder de
AOW-leeftijd: min 0,5 procent, ofwel ongeveer 28 euro per maand. Alleen gepensioneerden gaan erop vooruit, met plus 0,5 procent. Voor een gepensioneerd paar is dat circa twintig euro per maand extra, voor een gepensioneerde alleenstaande circa twaalf euro.
Koopkracht 2027 in cijfers
• Alle huishoudens (mediaan): −0,3%
• Werkenden: −0,4%
• Uitkeringsgerechtigden: −0,4%
• Gepensioneerden: +0,5%
• Paar zonder kinderen onder AOW-leeftijd: −0,5%, circa −€28 per maand
• Gepensioneerd paar: +0,5%, circa +€20 per maand
Waarom gepensioneerden de uitzondering zijn
De verklaring ligt niet bij de belastingen, maar bij de verbouwing van het pensioenstelsel. Fondsen die overstappen op het nieuwe stelsel hoeven minder buffer aan te houden; het geld dat daardoor vrijkomt, gaat naar de uitkeringen. De pensioenen die in het jaar tot januari 2026 overgingen, werden daardoor gemiddeld 14 procent hoger, en die verhoging is structureel. Eind februari kregen ruim een miljoen gepensioneerden bij 24 fondsen een 8 tot 20 procent hogere uitkering.
Na jaren van achterblijven zijn gepensioneerden ineens de winnaars — door een boekhoudkundige verbouwing.
Niet elke gepensioneerde merkt het
Die plus van 0,5 procent is een gemiddelde over een zeer ongelijke groep. Wie bij een fonds zit dat nog moet invaren, ziet voorlopig niets: in de zomer van 2026 waren 42 fondsen overgestapt, de rest moet uiterlijk op 1 januari 2028 volgen. Ambtenarenfonds ABP, het grootste van het land, gaat begin 2027 over. En wie het alleen van de AOW moet doen, zonder aanvullend
pensioen, profiteert helemaal niet van het invaren: die uitkering volgt het minimumloon en staat sinds 1 juli 2026 op 1.581,55 euro netto per maand voor een alleenstaande.
Prinsjesdag kan het beeld nog draaien
Belangrijk detail: dit is een raming bij ongewijzigd beleid, opgesteld vóór Prinsjesdag. Het kabinet kan er in september nog geld tegenaan gooien, zoals eerdere kabinetten deden zodra de koopkrachtplaatjes rood kleurden. Wie de eigen begroting voor 2027 wil maken, doet er verstandig aan uit te gaan van een min — en een eventuele reparatie te beschouwen als meevaller.
Meer weten?
• Samenvatting van de CPB-augustusraming (https://www.salarisvanmorgen.nl/2026/08/16/cpb-koopkracht-daalt-in-2027-cao-loongroei-blijft-boven-inflatie/)
• Pensioenen dankzij nieuwe stelsel flink omhoog (https://www.rijksoverheid.nl/actueel/nieuws/2026/01/22/pensioenen-dankzij-nieuwe-stelsel-flink-omhoog)
• Ruim 1 miljoen pensioenuitkeringen omhoog (https://pensioenfederatie.nl/ruim-1-miljoen-pensioenuitkeringen-omhoog/)