Je ziet het 100-eurobiljet tegenwoordig niet vaak meer opduiken. Winkeliers vinden het onhandig en mensen linken het onbewust aan criminaliteit en witwassen. Maar nu keert het briefje stilletjes terug in de portemonnee. In 46 Geldmaatwinkels in grote steden en winkelcentra start een proef waarbij je weer een briefje van honderd kunt pinnen.
‘Geldmaat verwacht samen met De Nederlandsche Bank dat de behoefte groeiend is door
inflatie’, laat de organisatie weten. Alles wordt duurder, dus we zijn op zoek naar grotere flappen, is het idee.
Liever niet
Biljetten van 100
euro (en hoger) hadden het lange tijd moeilijk. Winkeliers namen ze liever niet aan. Te veel gedoe met wisselgeld en niet onbelangrijk: de angst dat het om zwart
geld ging.
Daarom verdwenen ze grotendeels uit het straatbeeld. Maar de tijden veranderen. Boodschappen, uitjes, elektronica; er prijken steeds sneller drie cijfers voor de komma op de kassa. En dus klinkt de vraag naar grotere biljetten steeds luider.
Vraag vanuit de klant
Geldmaat merkt dat klanten er zelf om vragen. Regelmatig komt de vraag binnen of het mogelijk is om een 100-eurobiljet op te nemen. De proef moet nu uitwijzen ‘hoe groot de behoefte aan deze biljetten is en welke klanten er gebruik van maken’.
Belangrijk detail: je krijgt zo’n briefje niet zomaar in je handen gedrukt. Wie contant geld opneemt, moet er bewust voor kiezen. Geen verrassingen dus bij de automaat.
Of het 100-eurobiljet definitief terugkeert? Dat hangt af van de uitkomst van de proef.