Het Nederlandse hybride
werken is een succesverhaal geworden. Zes op de tien werknemers voelt zich
thuis productiever, ruim driekwart ervaart minder werkstress en 82 procent ziet thuiswerken inmiddels als een belangrijke arbeidsvoorwaarde, blijkt uit recent CNV-onderzoek onder 1.200 werknemers. Nederland is wereldwijd koploper: meer dan de helft van de beroepsbevolking werkt deels vanuit huis, en PwC concludeert dat hybride werken ons land niet armer maakt en de betrokken werknemers gelukkiger.
Maar er groeit een tweede verhaal naast dit succes. Een verhaal dat zich niet afspeelt in kwartaalcijfers of medewerkersenquêtes, maar in onderrug, nekspieren en bloedvaten. En de cijfers daarover beginnen ongemakkelijk te worden.
2.564 stappen per dag minder
De grootste recente meta-analyse over dit onderwerp, gepubliceerd in BMC Public Health, bundelde tientallen studies onder ruim 270.000 werknemers. De conclusie is hard: wie thuiswerkt, zit gemiddeld 31 minuten per dag langer stil en zet 2.564 stappen minder dan op een kantoordag. Dat verschil is geen rondje minder rond de koffieautomaat — het is ongeveer twee kilometer minder beweging, elke werkdag.
Een eerder systematisch review becijferde de totale fysieke activiteit van thuiswerkers zelfs 34,7 procent lager dan die van collega's op kantoor. De woon-werkfiets, het looprondje naar de vergaderzaal, de trap naar de kantine: kleine bewegingen die optellen tot iets groots, en die in de thuissituatie grotendeels verdampen.
Het lichaam stuurt de rekening
De fysieke gevolgen blijven niet uit. Uit cijfers van TNO, gepresenteerd in factsheets van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, blijkt dat 59 procent van alle Nederlandse werknemers klachten heeft aan het bewegingsapparaat. 43 procent kampt specifiek met arm-, nek- en schouderklachten. Sinds de pandemie is het percentage werknemers dat acht uur of langer per dag achter een beeldscherm zit gestegen van 18 naar 25 procent — en die stijging zakt niet meer weg.
De Nederlander zit inmiddels gemiddeld 8,7 uur per dag, een hoeveelheid die het Ministerie expliciet "niet gezond" noemt vanwege het verhoogde risico op hart- en vaatziekten. Internationaal onderzoek bevestigt het patroon: ongeveer 61 procent van de thuiswerkers rapporteert nieuwe of verergerde musculoskeletale klachten sinds de overstap naar thuiswerken, en een aparte studie vond dat 41 procent van de thuiswerkers lage rugpijn ervaart en 23,5 procent nekpijn, aldus Biolife Health.
In Nederlandse huisartsenpraktijken vertaalt zich dat in indrukwekkende aantallen. In 2024 waren ruim 1,8 miljoen mensen bij de huisarts bekend met nek- en rugklachten, blijkt uit cijfers van Volksgezondheid en Zorg. Ongeveer 825.600 van hen hebben langdurige of chronische klachten — een aantal dat sinds 2011 gestaag stijgt.
Niet alleen kommer en kwel
Toch is het beeld niet eenduidig somber. Een Nederlands-internationale studie onder 143 kantoormedewerkers volgde thuiswerkers een jaar lang en zag juist een afname van nek- en rugpijn ten opzichte van de uitgangsmeting. De cruciale factor: wie meer stond tijdens het werken, had aantoonbaar minder nekklachten. Zittijd alléén bleek geen statistisch significante voorspeller van pijn.
Dat sluit aan bij wat onderzoeksbureau Maintel eerder al vaststelde: thuiswerken kan productief én gezond zijn, maar alleen als de werkplek goed is gefaciliteerd. Daar wringt nu juist de schoen. Veel Nederlanders werken nog steeds aan de keukentafel, op een eetkamerstoel, met een laptop op ooghoogte van het tafelblad in plaats van de ogen.
Wat werkgevers (eindelijk) moeten doen
Vanaf 2026 stellen werkgevers, blijkt uit onderzoek van AWVN, steeds meer eisen aan thuiswerken: 78 procent verplicht medewerkers inmiddels een aantal dagen op kantoor te verschijnen. Maar de andere kant van die medaille — de Arbo-verantwoordelijkheid voor de thuiswerkplek — krijgt veel minder aandacht. Een ergonomische stoel, een tweede scherm, een zit-stabureau en periodieke ergocoaching zijn geen luxe meer. Ze zijn, gezien de cijfers, het minimum.