Een man die zo bang is voor de
dood dat hij besluit zichzelf als baby te
klonen om zijn organen later te kunnen oogsten: Bryan Johnson laat zien wat er gebeurt als je te veel geld combineert met te weinig remmingen.
De miljardair die zichzelf als vleesvoorraad ziet
Johnson, de 48-jarige anti-agingmiljonair achter het “Don’t Die”-project, heeft aangekondigd dat hij een “pasgeboren kloon” van zichzelf heeft laten maken. Niet in een wiegje, maar – hoe romantisch – in een petrischaaltje, waar “baby-Bryan” volgens hem klaarstaat om later therapieën te testen en organen te laten groeien voor de volwassen versie.
Dat klinkt als Brave New World, maar in de praktijk gaat het om stamcellen uit zijn eigen bloed die in het lab zijn teruggeprogrammeerd tot iets wat op vroege ontwikkelingsstadia lijkt. Kortom: eerder een mini-cluster cellen dan een schreeuwende kloon met luier, maar Johnson verkoopt het graag alsof hij zijn eigen privé-orgaanbank heeft geopend.
Sciencefiction met een biotechsmaakje
De realiteit is een stuk minder spectaculair dan Johnsons marketing: wetenschappers kunnen nog geen volledige menselijke organen kweken die geschikt zijn voor transplantatie, hooguit kleine stukjes weefsel en zogenaamde organoïden voor onderzoek Dat maakt zijn belofte van een complete set reserveonderdelen voorlopig vooral een futuristische pitch – handig voor clicks, minder handig voor patiënten die nu een donororgaan nodig hebben.
Interessant detail: Johnson kampt met auto-immuun gastritis, een nare maagziekte waar geen eenvoudige remedie voor bestaat In plaats van zich neer te leggen bij sterfelijkheid, kiest hij voor de logica: als mijn maag ziek is, kweek ik gewoon een nieuwe – liefst van mezelf, in een schaaltje
Ethiek: wanneer wordt een mens een reserveschuur?
Online reageren volgers minder enthousiast dan Johnsons PR-team: woorden als “evil” en “disturbing” vallen al snel, samen met de observatie dat hij laat zien wat er gebeurt als je een man met een morbide doodsangst te veel geld geeft Een terugkerende vraag: hoe zit het met de rechten van die kloon – of die nu ooit een volwaardig mens wordt of niet – als hij officieel is aangemerkt als onderdelenset voor de hoofdversie?
Bio-ethici waarschuwen al jaren voor het hellend vlak van therapeutisch kloneren: eerst voor onderzoek, dan voor reserveonderdelen, en voor je het weet zijn we bezig met het samenstellen van designer-lichaamsdelen op bestelling. Het idee dat je jezelf mag dupliceren om later je eigen organen te oogsten, schuift de mens langzaam richting veredelde “biologische hardware” – handig vervangbaar, zolang de garantie nog loopt.
De ultieme upgrade: niet doodgaan
Johnson presenteert het allemaal als liefde voor de wetenschap en de mensheid, maar zijn project laat vooral één ding zien: de obsessie met niet doodgaan kan net zo grotesk worden als de dood zelf. Waar artsen nog worstelen met wachttijden voor transplantaties, fantaseert hij alvast over een wereld waarin de rijken simpelweg een nieuwe lever uit de eigen kloonplank trekken.
Voor de rest van de buitenwereld blijft het voorlopig bij toekijken hoe een biohacker zichzelf langzaam transformeert in een sciencefictionpersonage: half mens, half biomedisch project, met een babyversie in een schaaltje als bizarre voetnoot