Twee eeuwen economische macht: van Peking naar Londen naar Washington en terug

Economie
woensdag, 05 augustus 2026 om 14:53
kaart-economische-macht
In 1820 was China de grootste economie ter wereld. Twee eeuwen, een industriële revolutie en twee wereldoorlogen later is het dat opnieuw. De tussenliggende periode blijkt in de cijfers vooral een westers intermezzo.

Het zwaartepunt lag al eens in Azië

Wie de wereldeconomie van 1820 in kaart brengt, ziet iets dat slecht past bij het gangbare beeld van westerse dominantie. China nam toen ruim 28 procent van de wereldproductie voor zijn rekening, het Brits Rijk 23 procent en de Verenigde Staten een schamele 2,3 procent. Rusland was economisch bijna vier keer zo groot als de Amerikanen.
Wie in 1820 naar de wereldeconomie keek, zag geen westerse dominantie maar een Aziatisch zwaartepunt.
Dat veranderde in een eeuw. Groot-Brittannië industrialiseerde als eerste en bouwde daarmee een voorsprong die tot ver in de negentiende eeuw hield. Rond 1845 kwam het Brits Rijk uit op bijna een kwart van het wereldwijde bruto binnenlands product, met India als economisch belangrijkste bezitting. China zakte in dezelfde periode weg door binnenlandse instabiliteit en het gemis van een eigen industriële revolutie.

De Amerikaanse eeuw kwam uit een oorlog

De negentiende eeuw was Brits, de twintigste Amerikaans. De VS klommen van 2,3 procent in 1820 naar bijna 15 procent in 1890 en ruim een kwart rond 1960. Het absolute hoogtepunt lag in 1944, op 29,7 procent van de wereldproductie: het hoogste aandeel dat welke economie ook in de moderne periode van deze reeks bereikte.
De Amerikaanse eeuw begon niet met een uitvinding, maar met een oorlog waarin de concurrentie in puin lag.
Dat cijfer zegt evenveel over de rest van de wereld als over Amerika zelf. Europa en Japan lagen in puin, de Amerikaanse industrie draaide op volle toeren en het financiële systeem van na de oorlog werd om de dollar heen gebouwd. Vanaf de jaren zestig liep het aandeel geleidelijk terug, simpelweg omdat de concurrentie herstelde.
De Europese landen volgden een spiegelbeeldig pad. Frankrijk piekte al in 1858 op 6,6 procent, Duitsland in 1913 op 8,8 procent, vlak voor de Eerste Wereldoorlog. Na decennia van oorlog en verlies van invloed zochten diezelfde economieën elkaar op in de Europese Unie, die in 1993 formeel ontstond. Het blok kwam in 2007 uit op bijna 18 procent van de wereldproductie en zakte daarna weg, mede doordat het Verenigd Koninkrijk in 2020 vertrok.
Aandeel in de wereldproductie, 1820-2025
Economie1820185518901925196019952025
China28,6%21,1%12,7%8,9%5,3%9,5%21,8%
Verenigde Staten2,3%7,0%14,6%23,9%24,5%20,7%14,7%
Europese Unie17,0%12,3%
India3,9%4,3%9,0%
Japan3,5%2,9%2,6%3,8%4,5%7,9%3,4%
Rusland / USSR9,2%7,1%5,3%5,2%10,1%2,5%2,9%
Brits Rijk / Brittannië23,1%22,6%20,7%14,7%6,3%3,2%1,9%
Frankrijk4,8%5,8%5,2%5,0%4,1%
Duitsland4,3%4,8%6,4%6,6%6,7%
Cijfers gecorrigeerd voor koopkrachtpariteit. Politieke overgangen en wisselend blokmembership veroorzaken scherpe breuken in de reeks; gegevens van voor 1900 zijn wetenschappelijke benaderingen, geen precieze jaarcijfers. Frankrijk en Duitsland gaan vanaf 1995 op in de EU-reeks.

Wat de piekjaren laten zien

  • Verenigde Staten: 29,7 procent in 1944, nu 14,7 procent
  • China: 28,6 procent in 1820, nu opnieuw rond een vijfde
  • Brits Rijk: 23,8 procent in 1845, nu 1,9 procent voor het Verenigd Koninkrijk
  • Europese Unie: 17,9 procent in 2007, nu 12,3 procent
  • Rusland/USSR: 10,2 procent in 1956, nu 2,9 procent
  • Japan: 8,6 procent in 1990, nu 3,4 procent
  • India: piekt nu, in 2025

De Aziatische eeuw, met kanttekeningen

China haalde de VS in koopkrachtpariteit voorbij in 2014 en komt voor 2025 uit op ergens tussen 19 en 22 procent van de wereldproductie, afhankelijk van welke reeks en welk wereldtotaal je gebruikt. Samen met India gaat het richting bijna een derde van de wereldeconomie. Grote bevolkingen en lagere productiekosten wegen zwaar mee zodra je voor koopkracht corrigeert.
Of die lijn doorzet, is een open vraag. China kampt met dezelfde demografische krimp die Japan en de EU al langer parten speelt, plus haperende productiviteitsgroei. En de gekozen meetlat maakt uit: in nominale dollars is de VS nog steeds met afstand de grootste economie, met ruim een kwart van de wereldproductie.
Wat is Koopkrachtpariteit

Koopkrachtpariteit (PPP) rekent economieën om naar een gemeenschappelijke prijsmaat, zodat verschillen in kosten van levensonderhoud wegvallen. Een knipbeurt in Chengdu weegt dan even zwaar als een knipbeurt in Amsterdam. Voor het vergelijken van feitelijke productie en levensstandaard is dat nuttig. Voor internationale slagkracht op financiële markten of wapenaankopen zijn nominale dollars een betere maat. Dezelfde landen kunnen daardoor in twee ranglijsten heel verschillend uitpakken.

Meer weten?

loading

Loading