Bij steeds meer banken hangt de hypotheekrente direct samen met het energielabel van de woning. Vooral kopers van huizen met label E, F of G missen de duurzaamheidskorting en betalen daardoor merkbaar meer.
Bij een koopprijs van €500.000 kan het renteverschil tussen label A en label E/F/G grofweg oplopen richting enkele tienduizenden euro's aan bruto rentelasten over de hele looptijd, afhankelijk van bank en rentevaste periode.
0,16%–0,20%
Dat is de bandbreedte die recente marktanalyses bij grote banken laten zien tussen een zuinig label A en een slecht label E/F/G.
Een slecht energielabel raakt huizenkopers inmiddels op twee manieren: de maandlasten voor
energie liggen hoger, en daarnaast rekenen steeds meer geldverstrekkers een hogere hypotheekrente of juist een korting voor zuinige woningen. Voor wie in Amsterdam zoekt in het segment rond €500.000 telt dat verschil meteen mee.
Waarom het energielabel nu zwaarder weegt
Banken gebruiken het energielabel steeds vaker als prijssignaal. Een energiezuinige woning heeft doorgaans lagere maandelijkse energielasten en dus volgens geldverstrekkers een iets lager financieel risico. Daarom zie je steeds vaker staffels waarbij label A, A+ of beter een korting oplevert, terwijl label E, F en G op het basistarief blijven hangen.
Belangrijk: het gaat vaak niet om een expliciete boete voor een slecht label, maar om het mislopen van rentekorting. Financieel voelt dat voor de koper echter precies hetzelfde: de rente voor een onzuinige woning ligt hoger.
Hoe groot zijn de verschillen per bank
Recente marktanalyses laten zien dat vooral de grootbanken duidelijke verschillen hanteren. ING en ABN AMRO zitten in de orde van grootte van 0,16 tot 0,20 procentpunt tussen label A en label E/F/G, terwijl Rabobank een duurzaamheidskorting rond 0,15 tot 0,20 procentpunt hanteert voor zuinige woningen. Bij kleinere aanbieders zoals NIBC ligt de korting vaak rond 0,10 procentpunt vanaf label A, en bij andere online spelers varieert het beeld meestal tussen 0,10 en 0,30 procentpunt voor betere labels.
| Bank / aanbieder | Zuinig label | Slecht label | Indicatie verschil |
| ING | Label A of beter krijgt lagere rente via staffels per energielabel | Label E–G valt op referentierente | Ongeveer 0,20 procentpunt |
| ABN AMRO | Korting bij gunstige labels | E–G zonder die korting | Ongeveer 0,16 procentpunt |
| Rabobank | Duurzaamheidskorting bij A-label of beter | Geen korting bij slechter label | Circa 0,15–0,20 procentpunt |
| NIBC | Korting vanaf label A | Standaardtarief bij lager label | Circa 0,10 procentpunt |
| Overige online aanbieders | Vaak 0,10–0,30 punt korting voor A/B of hoger | Meestal geen korting bij D–G | Bandbreedte 0,10–0,30 procentpunt |
Bij een woning van €500.000 is een paar tienden renteverschil geen voetnoot meer, maar een structurele kostenpost.
Niet alleen rente, ook leenruimte
Het energielabel beïnvloedt niet alleen het tarief, maar ook wat je maximaal mag lenen. Voor energiezuinige woningen kunnen kopers extra hypotheekruimte krijgen, terwijl woningen met label E, F of G juist geen extra ruimte opleveren voor de aankoop. Wie een onzuinige woning koopt, kan wel extra lenen voor verduurzaming, juist om het label te verbeteren.
Dat maakt de keuze in de praktijk dubbel relevant: een koper van een zuinige woning profiteert van lagere energielasten, meer leenruimte en vaak een lagere rente. Bij oude, slechter geïsoleerde woningen stapelen de nadelen zich eerder op.