Zwitserland is op dit moment met afstand het duurste land van Europa om uit eten te gaan, gevolgd door vooral Noordwest‑Europese landen als Denemarken, Luxemburg, Noorwegen en Nederland.
Volgens het jaarlijkse prijsoverzicht van reissite FerryGoGo kost een driegangendiner voor twee personen in Zwitserland gemiddeld ruim 107 euro, exclusief drank. Denemarken volgt met circa 94 euro, terwijl Luxemburg en Noorwegen rond de 90 euro uitkomen. Nederland hoort met ongeveer 80 euro tot de top van duurste landen, in het gezelschap van Ierland, Finland en België. Gemiddeld betalen Europeanen zo’n 56 à 57 euro voor een driegangendiner voor twee in een middenklasse
restaurant, waardoor Zwitserland en Scandinavië ver boven het Europese gemiddelde liggen en soms ruim twee keer zo duur zijn als de goedkoopste landen.
Die verschillen hebben weinig te maken met een net iets betere biefstuk, maar bijna alles met loonkosten en levensstandaard. In Zwitserland verdient een horecamedewerker al snel 4000 tot 4500 euro per maand, fors meer dan in Nederland, waar een ongeschoolde kracht in de horeca rond de 2500 euro bruto zit. Dat jaagt de prijs per geserveerd bord sterk op. Opmerkelijk genoeg ligt de btw op eten in een Zwitsers restaurant met 8,1 procent zelfs lager dan de 9 procent in Nederland, maar dat belastingvoordeel valt volledig in het niet bij de hogere lonen. In goedkopere landen als Portugal is het precies andersom: het minimumloon ligt daar rond de 920 euro per maand, waardoor de arbeidskosten per maaltijd veel lager zijn.
Voor vakantiegangers die graag buiten de deur eten, is Noordwest‑Europa dus slecht nieuws voor de portemonnee. Wie naar de zon wil en niet meteen blut wil raken op het terras, komt al snel in Zuid‑Europa uit: in Portugal betaal je ruwweg 40 à 45 euro voor twee personen, in Spanje en Griekenland ongeveer 50 euro en in Frankrijk rond de 60 euro. Helemaal onderaan de prijslijst staan Balkanlanden als Kosovo, Noord‑Macedonië en Moldavië, waar je voor 20 tot 30 euro met zijn tweeën drie gangen eet.