Met een wekelijkse prik bijna een derde van je lichaamsgewicht verliezen. Wat een paar jaar geleden nog sciencefiction leek, is inmiddels realiteit. Nieuwe generaties obesitasmedicijnen laten in studies gewichtsreducties zien tot 29 procent in iets meer dan een jaar. De vraag die zich opdringt: wanneer wordt effectief té effectief?
De markt voor afslankmedicatie explodeert. Farmaceuten ontwikkelen meer dan honderd nieuwe middelen die niet alleen krachtiger moeten zijn, maar ook gebruiksvriendelijker en betaalbaarder. Geen injectie meer, maar een pil. Minder spierverlies. Minder bijwerkingen. En vooral: méér kilo’s eraf. Dat het big business is, blijkt uit de beurswaarde van Eli Lilly, producent van onder meer nieuwe obesitasmiddelen, dat als eerste zorgbedrijf ooit de grens van duizend miljard dollar aantikte.
Intussen groeit het gebruik snel. In de Verenigde Staten heeft inmiddels een op de acht volwassenen ervaring met afslankinjecties. Ook in Nederland stijgt het aantal gebruikers fors; tienduizenden mensen krijgen jaarlijks een recept via de apotheek, terwijl een onbekend aantal middelen online bestelt zonder medische begeleiding.
De eerste generatie middelen bootste één darmhormoon na: GLP-1, dat het verzadigingsgevoel beïnvloedt. Daarna volgden combinaties met GIP, een hormoon dat eveneens de eetlust dempt en effect heeft op vetcellen. De nieuwste ontwikkeling voegt daar glucagon aan toe, dat de vetverbranding stimuleert. Deze zogeheten ‘triple G’-middelen halen in vroege studies gemiddeld 29 procent gewichtsverlies, aanzienlijk meer dan de circa 14 procent die gebruikers van semaglutide, bekend van Ozempic en Wegovy, doorgaans bereiken.
Daar blijft het niet bij. Ook het hormoon amyline wordt getest als extra component, mogelijk met als voordeel dat spiermassa beter behouden blijft. Want snel afvallen betekent vrijwel altijd ook verlies van spieren en dat baart vooral bij ouderen zorgen.
Te snel, te veel?
Sommige deelnemers aan onderzoeken met de nieuwste middelen vielen zo snel af dat zij voortijdig stopten. Artsen spreken van ‘superresponders’: mensen die extreem sterk reageren. In de dagelijkse praktijk kan de dosering worden aangepast, iets wat in klinische studies vaak niet mogelijk is. Artsen benadrukken dat begeleiding cruciaal is om ondervoeding en tekorten te voorkomen wanneer de eetlust vrijwel verdwijnt.
Spierverlies blijft een punt van aandacht. Tegelijk wijzen specialisten erop dat mensen met obesitas vaak extra spiermassa hebben om hun gewicht te dragen. Minder kilo’s betekent ook minder belasting en dus minder benodigde spierkracht. Bovendien kan een deel van het vermeende spierverlies bestaan uit vet dat in de spieren was opgeslagen.
Cosmetisch zijn de gevolgen zichtbaarder: patiënten klagen over verslapte huid en zogenoemde ‘Ozempic-billen’. De American Society of Plastic Surgeons besteedt inmiddels apart aandacht aan dit fenomeen.
Bijwerkingen onder de loep
Maag- en darmklachten – misselijkheid, braken, diarree – zijn bekende neveneffecten. Het Nederlandse Bijwerkingencentrum Lareb ontving duizenden meldingen, variërend van milde klachten tot uitdroging en in zeldzame gevallen nierproblemen. Omdat het aantal gebruikers snel stijgt, is het lastig om harde conclusies te trekken over risico’s. Wel klinkt de roep om systematisch onderzoek naar ernstige complicaties.
Deskundigen vermoeden dat zware bijwerkingen vaker voorkomen bij mensen die zonder begeleiding online medicatie aanschaffen. Met zorgvuldige opbouw van de dosering zijn veel problemen te beperken.
Levenslang slikken?
Een ander heikel punt: wat gebeurt er als je stopt? Een recente analyse in The BMJ laat zien dat het verloren gewicht bij veel mensen grotendeels terugkeert zodra de medicatie wordt gestaakt. Dat voedt de gedachte dat behandeling blijvend nodig is.
Artsen wijzen erop dat obesitas een chronische aandoening is. Net als bij hoge bloeddruk verdwijnen de onderliggende mechanismen niet vanzelf. Tegelijkertijd is nog weinig bekend over de langetermijneffecten. Wat gebeurt er na tien jaar gebruik? En is het mogelijk de eetlustregulatie in de hersenen blijvend te beïnvloeden?
De nieuwe middelen bieden ongekende kansen: minder diabetes, minder hart- en leverziekten, mogelijk zelfs minder verslavingsproblematiek. Maar hoe krachtiger de medicijnen worden, hoe dringender de vraag naar maatwerk en toezicht. De turbo-afslankrevolutie is in volle gang, nu moet blijken of het lichaam dat tempo kan bijbenen.