Een chemische stof die in allerlei plastic producten zit, wordt in een nieuwe studie in verband gebracht met kenmerken van autisme en ADHD bij jonge kinderen. Vooral bij jongens is het verband zichtbaar. Een bewijs dat de stof de aandoeningen veroorzaakt, is het nadrukkelijk niet.
Het gaat om DEHP, een ftalaat dat plastic soepeler maakt en onder meer wordt gebruikt in vinyl meubelbekleding, tuinslangen, douchegordijnen, medische slangen en vegan leer. De stof kan uit het materiaal lekken en zo in voedsel, water en uiteindelijk ons lichaam belanden.
Voor de studie werden gegevens gebruikt van 847 Australische moeders en hun baby's. Van 589 moeder-kindparen waren alle benodigde gegevens beschikbaar. In de 36ste week van de zwangerschap leverden de vrouwen één urinemonster in. Afbraakproducten daarin gaven een indicatie van hun blootstelling aan DEHP.
Na de geboorte werd DNA uit het navelstrengbloed onderzocht. Daarin werden veranderingen gevonden in DNA-methylering. Zulke epigenetische veranderingen beïnvloeden hoe actief genen zijn, zonder de DNA-code zelf te veranderen.
Biologische verklaring
"Wat we hebben gevonden is een mogelijke biologische verklaring en nieuw bewijs dat blootstelling aan DEHP tijdens de zwangerschap kan bijdragen aan autisme en ADHD", zegt hoofdauteur Sam Tanner van de University of Melbourne.
"Baby's die voor de geboorte aan hogere niveaus van DEHP waren blootgesteld, vertoonden bij de geboorte kenmerkende veranderingen in DNA-methylering – een epigenetische schakelaar die genen aan- of uitzet – in hun navelstrengbloed."
Kinderen met deze ‘epigenetische handtekening’ vertoonden op twee- en vierjarige leeftijd meer kenmerken die samenhangen met autisme en ADHD. Een groep van 531 genen leek 21 procent van het gevonden verband te verklaren. De effecten waren duidelijker bij jongens.
Daar zitten belangrijke kanttekeningen aan. Eén urinemonster hoeft geen betrouwbaar beeld te geven van langdurige blootstelling. De blootstelling van de foetus werd bovendien geschat en niet rechtstreeks gemeten.
Ook kregen de kinderen geen klinische diagnose. Het ging om gedrag dat ouders via vragenlijsten rapporteerden.