Nature of nurture, het is misschien wel het oudste debat in de psychologie: draait het om genen of om je omgeving? Hoogleraar biologische psychologie Dorret Boomsma, vermaard tweelingonderzoeker, legt in de Volkskrant uit dat het genotype, oftewel je DNA, veel bepalender is dan je denkt.
Ze noemt gedragsproblemen als voorbeeld. "Ik vond het echt verbazingwekkend hoe groot de bijdrage van het genotype van het kind is bij het ontwikkelen van gedragsproblemen." Denk aan ADHD. "Je bent snel geneigd te denken: chaotische gezinnen, drukke ouders, geen wonder dat die kinderen zelf druk zijn en problemen hebben met concentratie."
Maar dat is dus niet zo. "Het is in belangrijke mate het genotype van het kind. Dat betekent op zich niet dat die observaties niet kloppen, want het kind heeft z’n genotype natuurlijk geërfd van de ouders. Maar de reden dat de kinderen óók druk zijn, ligt dus niet zozeer in die omgeving, maar in de genetische overerving."
Vreemdgaan en luieren
En zo is het er veel meer waarvan je misschien denkt dat het toch niet erfelijk kan zijn, zoals vreemdgaan, luieren of een creatief beroep hebben. En natuurlijk intelligentie. "Naarmate het kind ouder wordt, wordt de mate van erfelijkheid van het IQ hoger. Terwijl er intussen een enorme daling is van de invloed van het ouderlijk milieu", vertelt Boomsma. Zo is de aanleg voor IQ bij kleuters maar voor 25 procent erfelijk, terwijl dat ten tijde van de Cito-toets 60 procent is en op 80-jarige leeftijd 75 procent.
"Mijn hypothese is dat naarmate kinderen zelfstandiger worden, er meer gelegenheid is voor hun genetische aanleg om tot uitdrukking te komen", legt Boomsma uit. "Als kinderen ouder worden, kunnen ze zelf steeds meer keuzen maken. De een pakt dan een boek, de ander gaat voor de tv zitten, een volgende zegt misschien: ik ga buiten met een voetbal spelen, want dat blijk ik bijzonder goed te kunnen."
Maar we moeten nu ook weer niet denken dat we overgeleverd zijn aan onze genen, stelt Boomsma. "We weten dat kinderen die geadopteerd zijn en in een stabiele omgeving terechtkomen, ongeveer tien tot twaalf IQ-punten hoger komen dan hun biologische broertjes of zusjes die niet werden geadopteerd. Dus al kunnen we niet aanwijzen wat het precies is, er is wel degelijk iets in de omgeving waardoor het IQ een substantiële sprong omhoog kan maken."