Ben jij de oudste thuis of juist het tweede kind? Volgens een groot Amerikaans onderzoek kan je plek in het gezin samenhangen met een verrassend breed scala aan gezondheidsproblemen. Wetenschappers vonden verschillen bij maar liefst 150 aandoeningen.
Onderzoekers van de University of Chicago en Columbia University analyseerden de gezondheidsgegevens van ruim 10,3 miljoen Amerikaanse kinderen met één broer of zus. Daarbij keken ze naar 569 verschillende aandoeningen en vergeleken ze eerstgeboren en tweede kinderen.
De resultaten laten zien dat oudste kinderen vaker te maken krijgen met allergieën en aandoeningen als ADHD, autisme, OCD en het syndroom van Tourette.
Tweede kinderen blijken juist vaker last te hebben van maag- en darmproblemen, migraine, gordelroos en een verhoogd risico op middelenmisbruik.
Niet alleen opvoeding
Volgens de onderzoekers zijn de verschillen niet eenvoudig te verklaren. Ze vergeleken daarom niet alleen kinderen uit verschillende gezinnen, maar ook broers en zussen binnen hetzelfde gezin. Zo probeerden ze de invloed van factoren zoals inkomen, huisdieren of woonomgeving zoveel mogelijk uit te sluiten.
Toch blijft de oorzaak voorlopig onduidelijk. Mogelijk spelen meerdere factoren tegelijk een rol, zoals verschillen in het immuunsysteem, de sociale dynamiek binnen het gezin en de leeftijd van de ouders bij de geboorte van hun eerste of tweede kind.
Leeftijdsverschil speelt mee
Opvallend is dat ook het leeftijdsverschil tussen broers en zussen invloed lijkt te hebben. Zo bleek een grotere leeftijdskloof samen te hangen met een hoger risico op autisme bij het oudste kind, terwijl het risico op allergieën juist afnam.
De onderzoekers benadrukken dat de gevonden verschillen gemiddeld klein zijn. Het onderzoek laat vooral zien dat geboortevolgorde samenhangt met bepaalde gezondheidsrisico’s, maar bewijst niet dat die volgorde de directe oorzaak is.
Wel is de conclusie dat de invloed van geboortevolgorde veel breder lijkt te zijn dan tot nu toe werd gedacht. Verdere studies moeten uitwijzen welke biologische en sociale mechanismen achter deze opvallende verschillen schuilgaan.