Het is een van de meest veelzijdige middelen die de mens kent: alcohol. Het helpt ons ontspannen, maakt ons losser in sociale situaties en kan zelfs een gevoel van euforie geven. Maar dezelfde stof kan ons ook midden in de nacht wakker maken, angstig of somber doen voelen en onze slaap verstoren. Hoe kan één middel zoveel tegenstrijdige effecten hebben?
Volgens Rayyan Zafar, neuropsychofarmacoloog aan Imperial College London, ligt het antwoord in de unieke manier waarop alcohol inwerkt op de hersenen. “We noemen alcohol vaak farmacologisch promiscu”, zegt hij. “Het beïnvloedt meerdere systemen tegelijk: beloning, stress, stemming en besluitvorming.”
Waar andere drugs meestal één dominant effect hebben, zoals cocaïne dat vooral dopamine stimuleert of MDMA dat serotonine verhoogt, grijpt alcohol op veel meer plekken tegelijk in. Het beïnvloedt onder andere de neurotransmitters glutamaat en GABA, die samen de balans regelen tussen activiteit en rust in het brein. Alcohol versterkt GABA (dat remt) en onderdrukt glutamaat (dat activeert), waardoor we ons aanvankelijk ontspannen en minder geremd voelen.
Dat verklaart het bekende fijne gevoel na een paar glazen: de hersengebieden die verantwoordelijk zijn voor zelfcontrole en oordeel schakelen langzaam uit, terwijl beloningssystemen juist actiever worden. We worden spraakzamer, socialer en zelfverzekerder.
Verschuivend effect
Maar naarmate de alcoholconcentratie stijgt, verschuift het effect. Diepere hersengebieden, zoals de kleine hersenen en de hersenstam, raken beïnvloed. Gevolg: slechtere coördinatie, trager reageren en uiteindelijk zelfs risico op levensgevaarlijke verstoringen van ademhaling en hartslag.
De keerzijde volgt vaak de volgende dag. Het lichaam probeert tijdens het drinken namelijk te compenseren voor de dempende werking van alcohol door juist activerende systemen op te schroeven. Zodra de alcohol verdwijnt, blijven die systemen nog even aan staan. Dat leidt tot een soort rebound-effect: een brein dat overprikkeld maar uitgeput is. Het resultaat is bekend: onrust, angst en een slechte nachtrust.
Daarnaast speelt ook de zogenoemde hersen-darm-as een rol. Alcohol kan de darmwand doorlaatbaarder maken, waardoor ontstekingsreacties ontstaan die invloed hebben op stemming en energie. Bij langdurig gebruik kan dit bijdragen aan serieuze gezondheidsproblemen, naast bekende risico’s zoals leverziekte, hoge bloeddruk en een verhoogde kans op kanker.
Waar gebruik je het voor?
Wat betekent dit voor onze omgang met alcohol? Volgens Zafar helpt het om minder in termen van goed of slecht te denken. “Alcohol werkt omdat het biologisch effectief is”, zegt hij. “De betere vraag is: waar gebruik je het voor?”
Wie zich bewust wordt van die functie - ontspanning, socialer zijn, ontsnapping - kan gerichter kiezen. Soms is een glas al genoeg. Soms zijn alternatieven effectiever: een wandeling, ademhalingsoefeningen of simpelweg rust.