De kleinkinderen vinden het gezellig, opa en oma soms niet: 5 dingen die grootouders liever overslaan

Liefde, relaties, geluk
155792915_m
Nergens in Europa passen grootouders zoveel op als in Nederland en België. Zestig procent van de Nederlandse kinderen tot vier jaar gaat op vaste dagen naar opa en oma, en die rol is de afgelopen vijftien jaar alleen maar gegroeid. Bijna alle grootouders doen het met plezier. Maar plezier is iets anders dan zin hebben in alles wat erbij komt. Dit zijn vijf dingen die opa en oma liever overslaan, al zeggen ze dat zelden hardop.

1. Standaard in het rooster staan

Af en toe oppassen vindt vrijwel iedereen leuk: 99 procent was er in een grote peiling uit 2023 positief over. Het wordt anders als de oppasdag een vaste post in het gezinsschema wordt. "Ik wilde niet standaard in het rooster worden opgenomen," vatte een opa het onlangs samen. Hij is niet de enige: een op de vijf oppassende grootouders voelt zich verplicht.
Bijna elke opa en oma past graag op. Toch ziet een kwart er weleens tegenop.

2. De extra dag na een zware week

Anders dan vroeger hebben veel oma's zelf nog een betaalde baan, en een deel van de grootouders zorgt daarnaast voor de eigen ouders. Een gezondheidseconoom noemt dat een dubbele fuik: zorgen voor de generatie boven én onder je. Een vader die eigenlijk een derde oppasdag nodig heeft, weet waarom die er niet komt: "Mijn ouders werken ook en als ze een zware week hebben gehad, dan kan die extra dag er niet bij."

3. Het gesprek erover

Zeventien procent van de vaste oppassers vindt het oppassen zwaar, een kwart ziet er weleens tegenop. Toch heeft 43 procent van de grootouders met die gevoelens er niet met de kinderen over gesproken. Een derde is bang de kinderen teleur te stellen. Wie het wel probeert, krijgt soms boze reacties: "andere opa's en oma's doen het ook".

4. De goedkope kinderopvang zijn

Voor grootouders draait het zelden om geld: zestig procent past vooral op omdat ze het leuk vinden, en slechts vier procent noemt geld als belangrijkste reden. Bij de ouders ligt dat anders. Voor 54 procent telt wel degelijk mee dat opa en oma goedkoper zijn dan de opvang.
Voor de ouders telt mee dat opa en oma goedkoper zijn dan de opvang. Voor opa en oma telt dat bijna nooit.

5. Meeopvoeden volgens andermans regels

De meeste grootouders willen er graag zijn, maar niet de opvoeding overnemen. In een lezerspeiling uit 2025 zei 29 procent liever over oppassen dan over opvoeden te praten, en wilde 24 procent helpen zonder zich met de opvoeding te bemoeien. Wie wel meeopvoedt, doet dat meestal op de voorwaarden van de ouders: 21 procent zegt de regels van de ouders te volgen.
Wat helpt Spreek af of opa en oma sporadisch of structureel oppassen, en hoe lang een oppasdag mag duren. Maak expliciet dat nee zeggen mag, ook bij een vaste dag. En vraag af en toe gewoon hoe het gaat. Zo blijft oppassen wat het voor de meeste grootouders is: een bron van plezier, die bovendien het geheugen scherp lijkt te houden.
De kleinkinderen merken er niets van. Die vinden het bij opa en oma gewoon gezellig.
Meer weten?
loading

Loading