De droogte die dit jaar Europa teistert, gecombineerd met hele hoge temperaturen, komt niet onverwachts. Sterker, we waarschuwen onszelf er al jaren voor. Maar toch is de laatste fabriek die blusvliegtuigen fabriceerde - onmisbaar bij bosbranden - een aantal jaren geleden stilgelegd. Europa ziet de ene na de andere zomer veranderen in een strijd tegen natuurbranden. Griekenland, Spanje, Portugal, Italië en Frankrijk krijgen te maken met hittegolven, langdurige droogte en vuur dat zich sneller verspreidt dan hulpdiensten kunnen bijhouden. Juist nu blijkt hoe schaars blusvliegtuigen zijn. De wrange vraag is: waarom werd de productie van zulke essentiële toestellen jarenlang stopgezet?
Een tekort dat voorspelbaar was
Blusvliegtuigen zijn geen luxe. Ze kunnen water opnemen uit zeeën, meren of grote rivieren, het binnen enkele minuten boven een brandgebied afwerpen en vervolgens opnieuw tanken. Vooral in bergachtige of moeilijk bereikbare gebieden zijn zij vaak de snelste manier om een brand in de eerste uren af te remmen.
Toch werd de productie van de bekende Canadair-toestellen in 2015 beëindigd. De reden was zakelijk verklaarbaar: er waren te weinig bestellingen om de productielijn rendabel te houden. Maar maatschappelijk gezien is die keuze moeilijk te begrijpen. Klimaatwetenschappers, brandweerkorpsen en Zuid-Europese landen waarschuwden al langer dat het risico op hevige natuurbranden zou groeien.
Een vliegtuig dat alleen in crisistijd zijn waarde bewijst, past kennelijk slecht in een marktmodel dat vooral kijkt naar continue omzet en directe vraag.
Dure machines, grote publieke waarde
Een modern blusvliegtuig kost tientallen miljoenen euro’s. Ook onderhoud, training van piloten en paraatheid kosten geld. Dat maakt landen terughoudend: een toestel kan buiten het brandseizoen lange perioden op de grond staan.
Maar die redenering is te beperkt. Ook brandweerkazernes, ambulances, dijken en reddingsboten staan het merendeel van de tijd niet in een acute noodsituatie. Niemand concludeert daaruit dat ze overbodig zijn. De waarde zit juist in beschikbaarheid wanneer de nood hoog is.
Bij natuurbranden telt bovendien snelheid. Een beginnende brand kan soms nog beperkt blijven met een snelle eerste inzet vanuit de lucht. Is het vuur eenmaal onbeheersbaar, dan lopen de kosten op: evacuaties, vernietigde woningen, afgesloten wegen, schade aan landbouw, toerismeverlies, gezondheidsproblemen door rook en verlies van natuur.
Europa leunde te lang op een verouderde vloot
Europa beschikt wel over blusvliegtuigen, maar een belangrijk deel van de vloot is oud. De toestellen worden vaak intensief gebruikt, moeten opereren onder zware omstandigheden en hebben geregeld onderhoud nodig. Daardoor is het aantal vliegtuigen op papier iets anders dan het aantal toestellen dat op een hete zomerdag werkelijk onmiddellijk inzetbaar is.
Daar komt bij dat landen elkaar doorgaans helpen via Europese samenwerking. Dat werkt goed zolang de nood lokaal of regionaal blijft. Maar bij een brede hittegolf kunnen tegelijkertijd branden uitbreken in meerdere landen. Dan is er nauwelijks capaciteit om uit te lenen.
Het systeem is dus gebaseerd op onderlinge solidariteit, maar onvoldoende op gezamenlijke reserve. Precies op het moment dat Europa die reserve het hardst nodig heeft, blijkt zij te klein.
De markt lost dit niet vanzelf op
De kern van het probleem is dat blusvliegtuigen een kleine en gespecialiseerde markt vormen. Er zijn weinig fabrikanten, lange ontwikkeltrajecten, complexe certificering en een beperkte groep klanten: vooral nationale overheden. Als die overheden geen langlopende bestellingen plaatsen, neemt een fabrikant niet vanzelf het risico om een productielijn open te houden.
Dat verklaart de productiestop, maar rechtvaardigt hem niet volledig. De bescherming tegen natuurbranden is geen gewone commerciële dienst. Het is een publieke veiligheidsvoorziening, net als defensie, waterbeheer en noodhulp.
Europa had daarom eerder kunnen kiezen voor gezamenlijke, meerjarige inkoopcontracten. Daarmee zouden fabrikanten zekerheid hebben gekregen, terwijl lidstaten een gegarandeerde capaciteit konden opbouwen.
Niet alleen meer toestellen nodig
- Strategisch geplaatste Europese bases, dicht bij gebieden met een hoog brandrisico.
- Extra opleiding voor piloten en technische ploegen.
- Onderhouds- en onderdelenvoorraden voor de bestaande vloot.
- Een grotere gezamenlijke EU-reserve die niet volledig afhankelijk is van nationale beschikbaarheid.
- Meer preventie, zoals bosbeheer, brandgangen, betere detectie en snelle grondinzet.
Blusvliegtuigen zijn namelijk vooral een middel om tijd te winnen. Ze vervangen geen goed bosbeheer en geen
brandweer op de grond, maar zij kunnen voorkomen dat een klein vuur uitgroeit tot een nationale ramp.
De rekening van uitstel
De productiestop laat zien hoe Europa te vaak reageert op crises in plaats van erop vooruit te lopen. Toen de vraag naar blusvliegtuigen laag was, werd productie beëindigd. Nu de klimaatcrisis natuurbranden structureel zwaarder maakt, blijkt het jaren te duren voordat nieuwe capaciteit beschikbaar komt.
Dat is de onbegrijpelijke paradox: we wisten dat het brandgevaar zou toenemen, maar we lieten een cruciale productieketen verdwijnen. De kosten van die beslissing worden nu betaald in uitgebrande natuur, verloren woningen, evacuaties en een steeds grotere afhankelijkheid van een kleine, verouderde vloot.
Blusvliegtuigen zijn geen luxe voor uitzonderlijke zomers meer. Ze zijn een noodzakelijke Europese veiligheidsvoorziening.