In deze vakantielanden is pinnen niet altijd eenvoudig of mogelijk

Economie
vrijdag, 07 augustus 2026 om 7:24
98516417_m

Nederlanders pinnen bijna alles: bij de bakker, voor een fietsreparatie, zelfs voor een pakje kauwgom. Precies die gewoonte loopt op vakantie stuk. In grote delen van Europa is contant geld nog altijd het normale betaalmiddel, en op sommige plekken het enige. Wie zonder briefjes op pad gaat, staat zomaar bij een strandtent, een taxi of een marktkraam met een pas die nergens door een apparaat gehaald kan worden.
Waar de kassa nog om briefjes vraagt
Het contrast is groot. In Nederland wordt nog maar ongeveer een vijfde van alle betalingen aan de kassa contant gedaan; in het eurogebied als geheel is dat ruim de helft. De uitschieters zijn stuk voor stuk vakantiebestemmingen: op Malta gaat twee derde van alle kassabetalingen contant, in Slovenië, Oostenrijk en Italië ruim zes op de tien. Ook Spanje, Kroatië, Portugal, Griekenland en Duitsland zitten boven de vijftig procent.
Dat betekent niet dat pinnen daar onmogelijk is. Het betekent vooral dat de infrastructuur dunner is en de gewoonte anders. Een Duitse bakker of Kneipe, een Italiaanse strandbar, een Griekse taverna op een klein eiland: overal geldt dat een pinapparaat er kán staan, maar dat niemand het gek vindt als het er niet is of net "kaputt" is.
Een pinapparaat kán er staan, maar niemand vindt het gek als het er net niet is.
Wettelijk verplicht, maar niet altijd praktijk
Twee landen hebben de druk juist opgevoerd. Italiaanse winkeliers, dienstverleners en zzp'ers zijn al jaren verplicht kaartbetalingen mogelijk te maken; wie weigert riskeert een boete van minimaal 30 euro plus vier procent van het geweigerde bedrag. Griekenland ging nog verder en verplichtte vanaf 2024 vrijwel alle ondernemers, inclusief taxi's, kiosken en marktkramen, tot een pinautomaat, met boetes die kunnen oplopen tot 1.500 euro. Beide maatregelen zijn vooral bedoeld tegen belastingontduiking en niet als toeristenservice, en de handhaving is navenant.
Wat wél overal in de EU geldt: een ondernemer mag geen extra kosten rekenen omdat je met pas of creditcard betaalt. Diezelfde ondernemer mag echter zelf bepalen welke betaalmiddelen hij accepteert. Een bordje "cash only" is dus niet verboden, een toeslag van twee procent op je kaartbetaling wel.
Buiten de eurozone begint het rekenwerk
Binnen de eurolanden is pinnen in winkels en restaurants met een Nederlandse pas gratis. Geld opnemen kost steeds vaker wel iets, vooral bij commerciële automaten in Duitsland, Oostenrijk en Spanje. Sinds 1 januari 2026 hoort ook Bulgarije bij de eurolanden, wat het wisselen daar overbodig maakt.
Buiten de eurozone loert een duurdere val: de omrekenservice. Kies je bij een automaat of pinapparaat voor afrekenen in euro's, dan bepaalt de lokale aanbieder de koers. Dat maakt een betaling al gauw enkele procenten duurder, met uitschieters richting twaalf procent. Altijd in de lokale munt afrekenen is de simpelste besparing van je vakantie.
Afrekenen in euro's voelt overzichtelijk en is precies daarom zo winstgevend voor de ander.
Zo houd je het simpel
  • Neem een startbedrag contant mee, ook naar eurolanden.
  • Neem twee betaalmiddelen mee: een betaalpas én een creditcard.
  • Weiger bij automaat en kassa altijd de omrekening naar euro's.
  • Neem grotere bedragen in één keer op in plaats van vijf kleine.
  • Reken op cash bij markten, taxi's, kleine eilanden, parkeerautomaten en fooien.
52 % is nog gewoon contant

In het eurogebied werd in 2024 nog 52 procent van alle kassabetalingen contant gedaan, tegen 59 procent in 2022 en 79 procent in 2016. Nederland is met circa 22 procent koploper in pinnen; Malta sluit de rij met bijna 67 procent contant. In waarde gemeten is de kaart wel het grootste betaalmiddel van het eurogebied.

Meer weten?
loading

Loading