Van “arm” tot “top 1 procent”: op sociale media en in nieuwsapps circuleert al maanden een lijstje dat Nederland netjes in zes inkomensklassen verdeelt, compleet met bedragen tot op de euro nauwkeurig. Prettig herkenbaar, dat wel. Alleen: de officiële inkomensstatistiek kent die zes klassen helemaal niet, en de bedragen die erbij horen kloppen maar half.
Waar het rondzingende lijstje rammelt
De klassenindeling die op nieuwsplatforms opduikt, zet de grens voor “arm” op 15.262 euro per jaar, de lage klasse op 15.262 tot 25.437 euro, de bovenklasse op 50.875 tot 68.500 euro, de top 5 procent op 68.500 tot 147.700 euro en de top 1 procent daarboven. Tussen 25.437 en 50.875 euro zit een gapend gat waar alleen het woord “modaal” is ingevuld. Ook staat er nergens bij of het om bruto of netto gaat, om personen of huishoudens, en uit welk jaar de cijfers stammen. Voor een indeling die suggereert dat je precies kunt aanwijzen waar je thuishoort, is dat nogal wat.
Een klassenindeling zonder jaartal, zonder eenheid en met een gat van 25.000 euro erin is geen statistiek, maar een quiz.
Nog een detail: het modale
inkomen in het lijstje staat op 46.500 euro bruto. Dat was het bedrag voor 2025. Voor 2026 is de raming 48.000 euro bruto per jaar, inclusief vakantiegeld — omgerekend zo’n 3.700 euro bruto per maand exclusief vakantiegeld.
Zo verdeelt Nederland zich echt
De officiële statistiek werkt niet met klassen maar met decielen: tien even grote groepen huishoudens, van laag naar hoog gesorteerd. Daarbij wordt gekeken naar het gestandaardiseerd besteedbaar inkomen — netto dus, en gecorrigeerd voor huishoudgrootte, zodat een alleenstaande en een gezin van vier eerlijk vergeleken worden. Dit zijn de doorsneebedragen per groep over 2024, in euro’s per jaar:
| Groep | Doorsnee-inkomen per jaar |
| 1e 10% (laagste) | 14.900 |
| 2e 10% | 21.900 |
| 3e 10% | 26.300 |
| 4e 10% | 30.200 |
| 5e 10% | 34.400 |
| 6e 10% | 38.600 |
| 7e 10% | 43.100 |
| 8e 10% | 48.400 |
| 9e 10% | 55.900 |
| 10e 10% (hoogste) | 73.300 |