Wie had dat gedacht: uitgerekend de man die de klimaatakkoorden verscheurde en "drill, baby, drill" tot regeringsbeleid verhief, blijkt de effectiefste aanjager van de wereldwijde energietransitie sinds Greta Thunberg. Sinds Amerikaanse en Israëlische straaljagers op 28 februari
Iran binnenvlogen, staan de brandstofprijzen op recordhoogte en stappen Europese automobilisten massaal over op elektrisch. Toevallig? Niet echt.
Van een vat naar een schok
Het begon op 28 februari, toen Israël en de Verenigde Staten gezamenlijk het luchtoffensief tegen Iran openden. Iran sloot binnen een maand de
Straat van Hormuz, de zeeëngte waar in vredestijd zo'n vijf van elke tien vaten olie doorheen varen. Waar normaal dagelijks zo'n 130 tankers passeren, waren dat er in de weken erna nog acht tot vijftien.
Wat er daarna met de prijzen gebeurde, was zonder precedent. De Brentprijs schoot begin maart voor het eerst in vier jaar door de honderd dollar en piekte op 126 dollar per vat. Het was de grootste maandelijkse stijging van de olieprijs ooit gemeten. Ook nu, ruim een half jaar later, ligt de prijs nog altijd zo'n zestien procent boven het niveau van vlak vóór het conflict. De gasprijs op de Nederlandse TTF-beurs sprong van dertig euro per megawattuur naar zeventig, na aanvallen op het Iraanse South Pars-gasveld.
Aan de pomp: pijn
Nederlandse automobilisten voelen dat elke week. Op 17 maart brak de adviesprijs voor Euro95 het oude record uit 2022, met 2,508 euro per liter. Diesel piekte op 8 april op 2,819 euro. Vervolgens ging het gewoon door: op 5 mei stond benzine op 2,636 euro, op 22 mei op 2,639 en vorige week donderdag brak het record opnieuw, naar 2,692 euro per liter. Op 1 januari betaalden we nog 2,178 euro. Dat is een stijging van ruim vijftig cent per liter in negen maanden.
Nederland heeft daarmee, ook bij Europese prijsvergelijkingen, veruit de duurste benzine van het continent. Voor een gezin dat maandelijks twee volle tanks nodig heeft, gaat het al gauw over honderden euro's per jaar extra.
En toen ging heel Europa elektrisch
Hier komt de ironie. De EU importeert traditioneel het overgrote deel van haar ruwe olie. Bij een oliecrisis is er maar één ontsnappingsroute die op korte termijn werkt voor consumenten: minder benzine tanken. En dus stapten Europese automobilisten in recordtempo over.
Kerncijfers uit dit jaar:
- In het eerste kwartaal steeg de verkoop van nieuwe volledig elektrische auto's in Europa met 29,4 procent, tot bijna 560.000 stuks. In maart alleen al lag de verkoop 51,3 procent hoger dan een jaar eerder.
- In het eerste halfjaar werden in de EU meer dan 1,2 miljoen elektrische auto's verkocht, 40,5 procent meer dan in dezelfde periode een jaar eerder.
- In juli was 25,7 procent van alle nieuw verkochte auto's in zestien Europese markten volledig elektrisch. In Frankrijk was dat maandaandeel zelfs 35 procent, een record.
- De tweedehandsmarkt reageerde nog sneller: bij het Duitse Mobile.de verdrievoudigde het aandeel EV-zoekopdrachten in maart van 12 naar 36 procent. Een Britse handelaar noteerde 160 procent meer vraag naar tweedehands elektrische auto's.
De rekensom is niet ingewikkeld. Bij een olieprijs rond de honderd dollar per vat zijn de energiekosten van een elektrische auto in West-Europa vijf tot zeven keer lager dan die van een vergelijkbare benzine- of dieselauto. Een overstap levert de gemiddelde Europeaan een koopkrachtwinst op van vier tot vijf procent per persoon.
De structurele klap voor de olievraag
Dat is niet alleen een tijdelijk effect. Het Internationaal Energie Agentschap verlaagde in augustus de verwachting voor de wereldwijde olievraag in 2026 met 1,6 miljoen vaten per dag. Het is de eerste keer sinds de coronapandemie dat de wereldwijde vraag zo scherp krimpt.
De elektrische auto's die deze lente werden verkocht, sparen elk jaar zo'n twee miljoen vaten olie uit. Elke tankstationsklant die overstapt, komt daar niet meer terug. In Europa heeft het snellere elektrische wagenpark de olievraag voor personenauto's nu al met circa 4,5 procent teruggebracht, wat het continent jaarlijks zo'n 4,5 miljard euro aan fossiele import bespaart.
En dan is er nog de andere kant van het verhaal. Terwijl olie duur was, bleef de gasprijs in Amerika laag, zonneprojecten zijn de grootste bron van nieuwe stroomopwekking wereldwijd geworden, en zonne-energie zal dit jaar wind en kernenergie in totale productie voorbijstreven. Duurzame bronnen groeien de rest van dit decennium met gemiddeld 8,4 procent per jaar.
Wet van onbedoelde gevolgen
De transitie naar schone energie was in Europa al aan de gang, maar liep achter op wat de industrie had gehoopt. Wat maandenlange klimaatcampagnes en subsidies niet lukte, deed één oorlog wel: consumenten confronteren met de prijs van hun olieafhankelijkheid.
De directeur van E-Mobility Europe noemde het "een van de grootste doorbraken in de Europese energieveiligheid van de laatste jaren". Een Britse dealer sprak over "geen tijdelijke piek, maar een omslagpunt". De Amerikaanse regering ziet ondertussen met lede ogen aan hoe de belangrijkste concurrent van de eigen olie-industrie sneller groeit dan ooit.
Trump wilde Amerika's olievoorraad monetariseren. Hij bereikte het tegenovergestelde: hij liet Europa zien hoe kwetsbaar afhankelijkheid van fossiele brandstoffen is, en gaf het continent een economische reden om er in recordtempo van af te stappen. De mensen bij Tesla, Renault en de zonnepaneelfabrikanten zouden zijn portret zomaar boven de koffieautomaat kunnen hangen.
Meer weten?