Je brein is verrassend slecht in het voorspellen van sportuitslagen
Ajax heeft vier wedstrijden op rij gewonnen. De volgende tegenstander staat twaalfde. Voor de meeste supporters voelt winst nummer vijf als een formaliteit. Natuurlijk wint Ajax. Ze zijn in vorm, het vertrouwen is terug, de tegenstander stelt niks voor. Het voelt zo logisch dat je het bijna geen voorspelling meer durft te noemen. Het is gewoon wat er gaat gebeuren.
Alleen is het dat niet. Vier zeges op rij is informatie, geen garantie. Maar ons brein maakt er een garantie van, omdat het heel goed is in het herkennen van patronen. Zo goed zelfs dat het patronen ziet waar er geen zijn. En bij sport is dat een probleem. Want
sport is het domein waar onzekerheid de baas is, hoe graag we ook willen geloven dat we weten wat er gaat gebeuren.
We onthouden wat er net is gebeurd en vergeten de rest
Psychologen noemen het recency bias. De neiging om recente gebeurtenissen zwaarder te laten wegen dan ze verdienen. Een spits die drie wedstrijden achter elkaar scoort, voelt als een spits die altijd scoort. Een keeper die twee keer pakt op een vrije trap, voelt als een keepersspecialist op vrije trappen. Terwijl drie wedstrijden niks is. Het is een steekproef van niks. Maar het voelt als een trend, en ons brein houdt van trends.
Het werkt ook de andere kant op. Een verdediger die in de laatste wedstrijd een penalty veroorzaakt, voelt opeens als onbetrouwbaar. Terwijl hij de tien wedstrijden daarvoor misschien de beste man op het veld was. Maar die tien wedstrijden zijn oud nieuws. De penalty is van gisteren. En gisteren weegt zwaarder dan vorige maand, in ons hoofd althans.
We zoeken bewijs voor wat we al geloven
Daar komt nog iets bij. Als je overtuigd bent dat Feyenoord de volgende wedstrijd wint, ga je onbewust op zoek naar informatie die dat bevestigt. De sterke thuisreeks. De topscorer die in vorm is. De zwakke defensie van de tegenstander. Dat vind je allemaal, want als je zoekt, vind je altijd iets. Maar de blessure van de rechtsback, de vermoeidheid na drie Engelse weken en het feit dat de tegenstander de laatste drie keer in De Kuip niet heeft verloren: dat schuif je terzijde. Niet bewust. Je brein doet het voor je, automatisch, zonder dat je het doorhebt.
Confirmation bias heet dat. En het is niet iets dat alleen domme mensen overkomt. Het overkomt iedereen. Voetbalanalisten, pokerspelers, beurshandelaren, artsen. Ons brein is gebouwd om hypotheses te bevestigen, niet om ze te weerleggen. En bij sport, waar emotie en loyaliteit een grote rol spelen, is dat effect nog sterker.
De denkfout van de verliesreeks
Mijn favoriet. De gambler’s fallacy. Een ploeg heeft vijf wedstrijden niet gewonnen. De conclusie van veel supporters: dan moeten ze nu toch een keer winnen. Alsof het universum bijhoudt hoeveel keer je hebt verloren en op een gegeven moment besluit dat het genoeg is geweest. Dat is niet hoe het werkt. Vijf keer verliezen vergroot de kans op een zesde keer verliezen niet, maar het verkleint het ook niet. Elke wedstrijd staat op zichzelf.
Nu moet ik wel nuanceren, want sport is geen roulette. Bij
roulette zijn de kansen exact gelijk, elke ronde opnieuw. Bij voetbal veranderen er dingen. Een nieuwe speler, een trainerswissel, een thuiswedstrijd na drie uitwedstrijden: dat zijn factoren die de kans daadwerkelijk beïnvloeden. Maar de denkfout zit niet in de factoren. De denkfout zit in het idee dat een reeks op zichzelf een toekomstig resultaat afdwingt. Dat doet het niet. Nooit.
Zeventig procent is niet honderd procent
Dit is misschien het simpelste punt, maar ook het punt dat de meeste mensen vergeten. Als een model zegt dat Ajax zeventig procent kans heeft om te winnen, dan zegt datzelfde model dat er dertig procent kans is dat Ajax niet wint. Dertig procent. Dat is bijna een op drie. Dat is niet klein. Maar het voelt klein, omdat zeventig zo overtuigend klinkt. Favoriet zijn is iets anders dan zeker winnen. En dat verschil, tussen waarschijnlijk en zeker, is precies waar ons brein de fout in gaat.
Die cognitieve valkuilen spelen ook een rol bij mensen die zich verdiepen in wedden op sport. Wie overtuigd is van een bepaalde uitslag, zoekt makkelijk statistieken die dat idee ondersteunen en negeert informatie die ertegen pleit. Het onderscheid tussen een onderbouwde kansinschatting en een gevoel van zekerheid is dunner dan de meeste mensen denken. En een waarschijnlijkheid blijft een waarschijnlijkheid, hoe overtuigend een reeks uitslagen ook aanvoelt.
Data helpt, maar lost niks op
We hebben tegenwoordig meer data dan ooit. Expected goals, schoten, balbezit, pressing-intensiteit, sprintdata, historische resultaten, thuisvoordeel, de komende
voetbalkalender. Je kunt een model bouwen dat al die informatie combineert en uitspuugt dat team A 64,7 procent kans heeft om te winnen. Maar dat model kan niet voorspellen dat de spits in minuut drie zijn enkel verdraait. Of dat de scheidsrechter een penalty geeft die er niet is. Of dat het gaat regenen en de bal opeens anders stuitert. Sport laat zich modelleren, maar niet voorspellen. En dat verschil is alles.
We zullen nooit stoppen met voorspellen. Dat hoort bij sport. Voor de wedstrijd denken we te weten wat er gaat gebeuren. Negentig minuten later weten we weer waarom we dat eigenlijk niet kunnen. En de volgende week doen we het opnieuw. Met dezelfde overtuiging, dezelfde denkfouten en dezelfde verbazing als het anders loopt dan verwacht. Dat is niet irrationeel. Dat is menselijk. En misschien is dat ook precies waarom sport zo fascinerend blijft.