Voor het eerst in ruim dertig jaar is het aantal woningen dat te koop wordt gezet hoger dan ooit. Volgens de nieuwste cijfers van de NVM kwamen in het tweede kwartaal van 2026 bijna 57.000 bestaande koopwoningen op de markt. Dat is het hoogste aantal sinds de metingen begonnen in 1995. Tegelijkertijd werden ruim 45.000 woningen verkocht, waardoor duidelijk is dat de vraag nog altijd groot blijft. De woningmarkt valt dus niet stil, maar komt wel iets meer in balans.
Voor woningzoekers is dat een opvallende verandering na jaren waarin vooral snelheid en geluk bepalend waren. Meer aanbod betekent echter niet automatisch dat iedereen ineens makkelijk een huis vindt. De verschillen tussen woningtypen en regio's zijn groot.
Vooral meer appartementen en voormalige huurwoningen
Een belangrijk deel van het extra aanbod ontstaat doordat beleggers huurwoningen verkopen, het zogenaamde uitponden. Door veranderde regelgeving, hogere lasten en een minder aantrekkelijk rendement besluiten sommige verhuurders hun woningen af te stoten. Daardoor komen vooral appartementen en kleinere woningen beschikbaar, met name in stedelijke gebieden.
Dat biedt kansen voor starters en mensen die flexibel zijn in hun woonwensen. Tegelijkertijd blijft de betaalbaarheid een probleem. De gemiddelde verkoopprijs van een bestaande koopwoning ligt nog altijd rond de 500.000 euro. De prijsstijging is wel afgezwakt: woningen werden in het tweede kwartaal ongeveer twee procent duurder dan een jaar eerder, aanzienlijk minder dan tijdens de sterke stijgingen van de afgelopen jaren.
Meer tijd om te kiezen, maar populaire woningen blijven schaars
De grootste verandering voor kopers is misschien wel dat er weer iets meer ruimte ontstaat om na te denken. Woningen staan gemiddeld langer te koop dan tijdens de piek van de markt. Landelijk ligt de verkooptijd rond de 28 dagen. Dat is nog steeds kort, maar lang genoeg om vaker een tweede bezichtiging te plannen, een bouwkundige keuring uit te voeren of meerdere woningen tegen elkaar af te wegen.
Toch blijft het verschil tussen woningen groot. Een goed onderhouden huis op een populaire locatie met een gunstig energielabel kan nog steeds veel belangstelling trekken. Woningen met achterstallig onderhoud, een minder gunstige ligging of hoge verduurzamingskosten blijven vaker langer beschikbaar en bieden meer ruimte voor onderhandeling.
De regio bepaalt nog steeds je kansen
De Nederlandse woningmarkt bestaat eigenlijk uit tientallen verschillende deelmarkten. In Amsterdam en andere grote steden neemt het aanbod bijvoorbeeld sterker toe door de verkoop van voormalige huurappartementen. Daar krijgen kopers langzaam meer keuze.
In regio's met sterke economische groei blijft de druk ondertussen hoog. Rond Eindhoven bijvoorbeeld zorgt de groei van de hightechsector voor een aanhoudende vraag naar woningen, terwijl het aanbod achterblijft. Lokale makelaar
Van Uffelen ziet dan ook dat de concurrentie daar stevig blijft, vooral voor woningen in populaire prijsklassen.
In andere delen van Nederland, zoals sommige gebieden in Groningen, Zeeland en Limburg, is de markt minder gespannen. Daar hebben kopers vaker tijd om te onderhandelen en kunnen woningen langer beschikbaar blijven.
Wachten op een prijsval of nu gerichter zoeken?
De hoop dat de huizenprijzen binnenkort fors gaan dalen, leeft nog altijd bij veel woningzoekers. De recente cijfers wijzen daar echter niet direct op. Het woningtekort blijft bestaan en de vraag naar koopwoningen blijft groot.
De huidige situatie biedt vooral een ander voordeel: kopers kunnen weer kritischer kijken. Niet alleen de vraagprijs bepaalt of een woning interessant is, maar ook factoren als energiekosten, onderhoud, locatie en toekomstige woonwensen.
De woningmarkt is daarmee niet ineens eenvoudig geworden. Maar na jaren waarin vooral snelheid werd beloond, lijkt er voorzichtig weer ruimte te komen voor iets wat bij een grote aankoop eigenlijk vanzelfsprekend zou moeten zijn: goed nadenken voordat je beslist.