Naar inhoud springen

Twee CO2-markten, één misverstand

Partnerposting
door Partnerposting
bijgewerkt om
4578f69a-c297-493e-b3d5-148a1bcbf487

Waarom certificaten uit natuurprojecten vooral op de vrijwillige markt een koper vinden

Wie over CO₂-handel leest, denkt meestal aan de Europese emissiehandel. Toch zijn er twee markten voor CO₂, en op elk daarvan wordt iets anders verhandeld. 
In de Europese emissiehandel, het EU ETS, gaat het om emissierechten. Een emissierecht is een vergunning om één ton CO₂ uit te stoten. De EU geeft ze uit en verlaagt het totale aantal elk jaar. Grote uitstoters, zoals energiecentrales en staalfabrieken, moeten voor elke ton uitstoot een recht inleveren. Wie minder uitstoot, verkoopt zijn overschot. Wie meer uitstoot, koopt bij. 
CO₂-certificaten uit projecten tellen in die markt niet mee. Sinds 2021 mogen bedrijven in het EU ETS hun uitstoot niet meer dekken met certificaten uit projecten elders in de wereld. Alleen emissierechten volstaan. 
Certificaten uit natuurprojecten, zoals herbebossing en agroforestry, worden vooral verhandeld op een tweede markt: de vrijwillige. Zo'n CO₂-certificaat is geen vergunning om uit te stoten. Het is bewijs dat een project één ton CO₂ heeft vastgelegd of vermeden. Een certificaat wordt pas uitgegeven nadat een onafhankelijke partij dat heeft gecontroleerd, volgens de regels van Gold Standard of Verra. 
Achter elk certificaat zit een project dat eerst gefinancierd moet worden. Dat doet bijvoorbeeld fondsbeheerder GroenVermogen: een van de fondsen financiert natuurprojecten in de beginfase, in ruil voor een deel van de certificaten die ze later opleveren. 
Aan de andere kant van de markt staan de kopers. Bedrijven kopen zulke certificaten om uitstoot te compenseren die ze (nog) niet kunnen vermijden. Niemand verplicht hen daartoe. Ze doen het vanwege hun eigen klimaatdoelen, of omdat klanten en investeerders erom vragen. 
Ook particulieren kunnen CO₂-certificaten kopen, bijvoorbeeld om de uitstoot van een vliegreis te compenseren. Wie de CO₂-uitstoot van een hele vakantie berekent, ziet meteen om hoeveel ton CO₂ het gaat. 
Toch staan de twee markten minder ver uit elkaar dan vaak wordt gedacht. Een deel van de hoogwaardige certificaten mag onder bepaalde voorwaarden worden gebruikt binnen CORSIA, het systeem waarmee de internationale luchtvaart de groei van haar uitstoot compenseert. Vanaf 2027 wordt deelname verplicht voor landen met veel internationale luchtvaart. 
Ook de Europese Unie zet een deur op een kier. Het Europese klimaatdoel voor 2040, vastgesteld in maart 2026, gaat uit van 90 procent minder netto-uitstoot dan in 1990. Vanaf 2036 mag de EU tot 5 procentpunt daarvan halen met hoogwaardige internationale certificaten. Dat gaat over het klimaatdoel van de EU als geheel, niet over de emissiehandel zelf. 
Wie over CO₂-handel leest, moet dus weten welke markt bedoeld wordt: die van emissierechten of die van CO₂-certificaten. Certificaten uit natuurprojecten vinden hun koper vooral op de vrijwillige markt. Maar de grens tussen vrijwillig en verplicht wordt dunner. Wie wil begrijpen waar CO₂-handel naartoe gaat, doet er goed aan beide markten in het oog te houden. 
loading

Loading