Waarom steeds meer jongeren in de bijstand belanden

Politiek
maandag, 17 augustus 2026 om 8:21
245809141_m

Steeds meer jongeren komen in de bijstand terecht. Dat is opvallend, want de arbeidsmarkt is krap en werkgevers staan te springen om personeel. Toch groeit het aantal jongeren tot 27 jaar met een bijstandsuitkering al dertien kwartalen op rij. In het eerste kwartaal waren dat er 42.500: 3,4 procent meer dan een jaar eerder.
Hoe kan dat? Het antwoord ligt niet bij één oorzaak. Jongeren lopen juist op meerdere fronten tegen problemen aan: onzeker werk, een onbetaalbare woningmarkt, schulden en mentale klachten. Wie dan zijn baan verliest, valt vaak snel terug op de bijstand.

Flexwerk biedt weinig zekerheid

Veel jongeren beginnen hun loopbaan met tijdelijke contracten, oproepwerk of uitzendbanen. Dat kan een prima opstap zijn, maar het maakt hen ook kwetsbaar. Wie na een korte baan zonder werk komt te zitten, heeft meestal slechts recht op drie maanden WW. Daarna resteert vaak de bijstand.
Voor jongeren met weinig werkervaring is de buffer bovendien klein. Zij hebben vaak nog geen spaargeld opgebouwd en wonen soms al niet meer bij hun ouders. Een periode zonder inkomen kan dan snel uitmonden in betalingsproblemen.

Woningnood maakt alles ingewikkelder

De woningmarkt helpt evenmin. Jongeren vinden lastig een betaalbare huurwoning en blijven daardoor langer thuis wonen, of betalen juist een groot deel van hun inkomen aan huur. Ook het aantal dakloze jongeren is zorgwekkend: in 2024 waren volgens cijfers van het CBS 6.200 mensen tussen 18 en 27 jaar dakloos.
Zonder vaste woonplek is het veel moeilijker om werk te zoeken, afspraken na te komen en een ritme vast te houden. Werk en wonen zijn dus veel sterker met elkaar verbonden dan vaak wordt gedacht.

Schulden zorgen voor extra stress

Achteraf betalen, online gokken en de verleiding van sociale media kunnen jongeren financieel in de problemen brengen. Kleine bedragen stapelen zich snel op. Als rekeningen en aanmaningen blijven binnenkomen, gaat alle energie naar overleven in plaats van naar solliciteren of studeren.
Financiële stress heeft ook gevolgen voor de mentale gezondheid. Wie voortdurend piekert over geld, kan minder goed plannen en concentreren. Dat maakt het moeilijker om een baan te vinden, maar ook om die baan vast te houden.

Mentale gezondheid speelt mee

Veel jongeren ervaren prestatiedruk. Ze zien op sociale media leeftijdgenoten met een succesvolle carrière, een koopwoning of verre reizen, terwijl hun eigen leven onzeker voelt. Die vergelijking kan zorgen voor stress, somberheid en het gevoel achter te lopen.
Daar komt bij dat jongeren soms nog zoeken naar werk dat echt bij hen past. Vaak van baan wisselen of moeite hebben met vaste routines kan een carrièrestart vertragen. Dat betekent niet dat deze jongeren niet willen werken. Wel hebben sommigen meer begeleiding, rust of ondersteuning nodig dan beschikbaar is.

Minder vaak recht op Wajong

Ook veranderde regels rond de Wajong spelen een rol. Sinds 2015 krijgen alleen jongeren die duurzaam geen arbeidsvermogen hebben nog toegang tot deze regeling. Jongeren met bijvoorbeeld ADHD, autisme of psychische klachten die wel kúnnen werken, maar daarbij intensieve hulp nodig hebben, vallen daardoor vaker onder de Participatiewet.
In de praktijk betekent dit dat zij bij gemeenten aankloppen voor bijstand, terwijl hun problemen vaak verder gaan dan alleen het vinden van een vacature.

Een baan alleen is niet altijd genoeg

De stijging van het aantal jongeren in de bijstand laat zien dat een krappe arbeidsmarkt niet automatisch voor iedereen kansen oplevert. Wie schulden heeft, geen vaste woonplek, mentale klachten of weinig steun, profiteert minder gemakkelijk van beschikbare banen.
De oplossing vraagt daarom meer dan alleen vacatures. Jongeren hebben baat bij stabielere contracten, betaalbare woonruimte, schuldhulp die laagdrempelig is en begeleiding die niet stopt zodra iemand een baan heeft gevonden. Pas dan wordt werk voor meer jongeren een duurzame uitweg uit de bijstand.
loading

Loading