Scandinaviërs leven maandenlang met nauwelijks zonlicht, maar lijken opmerkelijk goed bestand tegen de winterdip. Onderzoek in het
Noorse Tromsø – waar
de zon weken niet opkomt – laat zien dat inwoners daar niet méér winterdepressie rapporteren dan mensen in gematigde streken,
zolang hun houding tegenover winter positief is. Gezondheidspycholoog Kari Leibowitz concludeerde na tien maanden veldwerk dat vooral een “wintermindset” – de overtuiging dat de donkere maanden kansen bieden voor gezelligheid, rust en natuur – beschermt tegen somberheid.
Die culturele bril is cruciaal. Een grote review van seizoensgebonden
depressie vond slechts een beperkte link tussen breedtegraad en winterdepressie en wijst juist op klimaat, genetische kwetsbaarheid én sociale context als belangrijkere factoren. In Scandinavië is dat een context van actief buitenleven, sociale activiteiten en concepten als hygge: bewust vertragen, kaarsen aan, samen eten en de
winter zien als een seizoen om te koesteren in plaats van uit te zitten.
Of zoals Leibowitz het samenvat: niet de duisternis zelf maakt ons ongelukkig, maar vooral de verwachting
dat winter per definitie ellendig is. Misschien hoeven we de Scandinavische kou dus niet te importeren, wel hun mentaliteit: meer accepteren, meer naar buiten, en de donkere maanden zien als een andere vorm van licht.