Als je de laatste jaren VVD stemde, kende je de belofte: links blijft buiten de deur. Die belofte is ouder dan Dilan Yeşilgöz, en ze heeft de partij vroeger veel zetels opgeleverd. Waarom werkt ze nu niet meer? Volgens Wynia's Week ligt het niet aan de belofte zelf, maar aan iets wat de VVD vroeger wel had en nu mist.
De aanleiding is een slechte peiling. De VVD staat in een recente peiling van Maurice de Hond op twaalf zetels, minder dan JA21, PVV en FVD en de laagste liberale score in achttien jaar, schreef Pieter de Jonge op 8 oktober in Wynia's Week. Hoe de partij op dat punt kwam, lees je in ons eerdere stuk
Had Yeşilgöz het dommer kunnen aanpakken? De VVD peilt nog 12 zetels.
Oud begon ermee, in 1959
De liberalen begonnen niet als vijand van de sociaaldemocraten. Volgens het Montesquieu Instituut maakte de VVD van 1948 tot 1952 deel uit van de brede-basiskabinetten onder leiding van Willem Drees. Daarna draaide oprichter Pieter Oud de koers om. De verkettering van de 'roden' bereikte in 1959 haar hoogtepunt, toen Oud de PvdA uitsloot van mogelijke regeringssamenwerking, schrijft het Documentatiecentrum Nederlandse Politieke Partijen (DNPP).
alverzorgende staat, die als verlicht despoot in zijn apenliefde de vrijheid van de burger dreigt dood te drukken
- Oud over de verzorgingsstaat, aangehaald door het Montesquieu Instituut als reden voor zijn boycot van de PvdADie keuze leverde direct iets op. Bij de verkiezingen van dat jaar werd de VVD met negentien zetels (12,2%) de derde partij van Nederland, na de KVP en PvdA. De partij loste de sociaaldemocraten als regeringspartner van de confessionele partijen af en trad toe tot het kabinet-De Quay. Volgens De Jonge werd de VVD door zich tegen de PvdA af te zetten favoriet bij rechtse kiezers.
De VVD won in 1959 niet alleen zetels. Ze had ook meteen een partner om mee te regeren.
Wiegel zette een bestaande lijn voort
In de herinnering is Hans Wiegel de grote tegenstander van links. De Jonge nuanceert dat: het beeld bestaat dat Wiegel tussen 1971 en 1982 de eerste VVD-leider was die zich afzette tegen de PvdA. In werkelijkheid zette ook hij een eerdere koers van de partij voort. Wel liep de spanning onder hem hoog op. De verwijdering tussen VVD en PvdA bereikte een hoogtepunt in de jaren zeventig, toen Hans Wiegel en Joop den Uyl in alles politieke tegenpolen waren, aldus het Montesquieu Instituut.
Toch was Wiegel geen dogmaticus. Volgens hetzelfde instituut werd Ouds uitsluiting pas opgeheven door nota bene Hans Wiegel, die om strategische redenen aan het begin van de formatie van 1977 bij koningin Juliana de vorming van een nationaal kabinet (dus met PvdA en VVD) adviseerde. Uiteindelijk regeerde de VVD na die verkiezingen in het kabinet-Van Agt I, samen met het CDA.
Het geheim heette CDA
Daar zit volgens Wynia's Week de kern. Oud en Wiegel konden de PvdA uitsluiten, omdat ze een aanvaardbaar alternatief hadden: de christendemocraten. Het Montesquieu Instituut beschrijft het mechanisme bijna als een natuurwet: zodra confessionelen en (rechts)liberalen over een werkbare meerderheid in de Tweede Kamer beschikken, staan de sociaaldemocraten buitenspel.
Ook Mark Rutte bouwde daarop. Rutte probeerde het CDA in zijn kabinetten te krijgen, drie keer met succes. In 2023 zou het CDA volgens peilingen te klein worden. De Jonge vraagt zich af of de VVD juist daarom toen een opening naar de PVV maakte.
Uitsluiten werkt alleen als je kiezers zien met wie je dan wél gaat regeren.
Waarom het nu niet meer klopt
Yeşilgöz zette die traditie bewust voort. Sinds zij in 2023 partijleider werd, sloot ze samenwerking met wat toen nog GroenLinks-PvdA was uit. Alleen bestaat het vertrouwde alternatief niet meer. Het CDA zit al naast de VVD in het minderheidskabinet met D66, en samen hebben ze geen meerderheid. NRC schreef eind augustus dat het kabinet in theorie steun kan zoeken op rechts bij JA21, SGP en BBB, of op links bij de grootste oppositiepartij Pro.
Hoe Yeşilgöz haar "niet met Pro" afgelopen vrijdag in Veghel bijstelde, lees je in ons stuk "Yeşilgöz beloofde VVD-kiezers: niet met Pro. Nu wil ze het wél, op één voorwaarde (en bij stikstof zelfs zonder)". Voor de historische vergelijking telt vooral dit: de uitsluiting levert geen andere coalitie op, en dus ook geen duidelijke keuze voor de kiezer.
Het mechanisme werkt nu ook andersom. Toen Rutte de PVV uitsloot, kozen rechtse kiezers voor de VVD omdat een stem op de PVV verloren leek, analyseerde de NOS vorig jaar. Nu staat de VVD in de peiling van De Hond juist achter JA21, PVV en FVD. Vroeger kwamen rechtse kiezers naar de VVD omdat die kon regeren. Nu kunnen ze ook ergens anders terecht.
Oppositie als uitweg? Een brug te ver
In de partij gaan stemmen op voor een radicale oplossing. Sommige VVD-leden opperen al om de eer aan PRO te laten. Laat liever een centrumlinkse coalitie de klappen opvangen. Historisch is dat geen gek idee: in 1973-1977, 1981-1982, 1989-1994 en 2007-2010 had de VVD er redelijk goede ervaringen mee, schreef Parlement.com vorig jaar. De Jonge verwacht er weinig van: voor de beroepspolitici van de sinds 2010 permanente regeringspartij VVD is dat een brug te ver. Een oplossing is nog niet in zicht.
Waar je de komende tijd op kunt letten
- Met wie de coalitie afspraken maakt over de begroting van 2027: Pro op links, of JA21, SGP en BBB op rechts.
- Of het CDA zich verder van de VVD losmaakt. Zonder christendemocraten heeft de oude strategie geen basis meer.
- Het VVD-congres. Volgens De Dagelijkse Standaard houdt de partij dat eind november.
- De peilingen van JA21, PVV en FVD. Daar is te zien waar de rechtse kiezer heen gaat die de VVD vroeger kreeg.