DEN HAAG (ANP) - Gemeenten moeten zorgen voor "aanvullende vormen" van huisvesting voor 20 procent van de statushouders die een woonplek zoeken. Dat is een van de afspraken die gemaakt zijn door Rijk, provincies, gemeenten en woningcorporaties en die minister Eleanor Boekholt-O'Sullivan (Volkshuisvesting, D66) vrijdag bekendmaakt.
De gemeenten moeten de achterstand inhalen in het huisvesten van asielzoekers van wie vaststaat dat zij recht hebben op verblijf. Het ministerie benadrukt in een verklaring dat het gaat om "aanvullende woonplekken, en dus geen bestaande sociale huurwoningen". De ambitie is om dit in anderhalf jaar te regelen.
Voor de zomer liet de minister al weten dat ze werkt aan afspraken met de mede-overheden en corporaties om mensen die met spoed een huis zoeken, te helpen. Er zijn afspraken gemaakt om flexwoningen, ombouw van leegstaande kantoren, gedeelde woningen en tijdelijke woonplekken voor statushouders te regelen voor "een brede groep". De afspraken die nu gepresenteerd zijn, voegen daar niet veel nieuwe mogelijkheden aan toe.
VluchtelingenWerk stelt dat het goed is dat er naar alternatieve oplossingen wordt gekeken, maar dat mag dan niet betekenen dat statushouders "voor een lange periode op minder goede plekken worden gehuisvest en geen zicht hebben op een permanente woonplek". Ook adviseert VluchtelingenWerk goed te kijken welke statushouders aanspraak maken op deze alternatieve huisvesting. Kwetsbare statushouders en gezinnen met minderjarige kinderen zouden volgens de organisatie beter direct aan een sociale huurwoning geholpen kunnen worden. Ook stelt VluchtelingenWerk voor om minimale kwaliteitseisen voor de huisvesting op te stellen.