Ben je met
pensioen en staat er samen met je partner een ton op de spaarrekening? Dan betaal je nu geen box 3-belasting. Gaat het kabinetsvoorstel van 29 september door, dan verandert dat in 2027. Je gaat dan belasting betalen over je spaargeld. En omdat dat box 3-inkomen meetelt in je verzamelinkomen, kan het een deel van de
AOW'ers ook ouderenkorting en zorgtoeslag kosten.
De vrijstelling gaat bijna door de helft
Volgens Taxence wil het kabinet het heffingsvrij vermogen in 2027 terugzetten naar het niveau van 2020: €30.846 per persoon. Fiscale partners hebben samen dan €61.692 vrijgesteld. Dit jaar is dat nog €118.714, schrijft Dagelijkse Standaard. Volgens Manmag stond in het Belastingplan van Prinsjesdag voor 2027 nog €60.098 per persoon.
Volgens Raisin moet de verlaging in 2027 zo'n €396 miljoen opleveren. Met dat geld betaalt het kabinet een deel van de overstap naar een nieuw box 3-stelsel vanaf 2028. Je eigen woning en je pensioen bij een pensioenfonds tellen volgens Manmag niet mee voor box 3. Het gaat om spaargeld en beleggingen, min eventuele schulden boven de schuldendrempel.
Een stel met €100.000 spaargeld valt nu ruim onder de vrijstelling. Onder het nieuwe plan komt er ruim €38.000 boven de vrijstelling uit.
Zoveel betaal je als stel met een ton
Box 3 belast niet de rente die je echt krijgt, maar een rendement waarvan de Belastingdienst uitgaat. Voor spaargeld is het voorlopige percentage voor 2027 1,27 procent en het tarief blijft 36 procent. Volgens Dagelijkse Standaard betaal je zo ongeveer 0,46 procent belasting over het spaargeld boven de vrijstelling.
Wij hebben dat uitgerekend voor een stel met samen €100.000 op de bank en geen beleggingen. Na aftrek van de vrijstelling van €61.692 blijft €38.308 over. Het rendement waarvan de fiscus uitgaat, is dan ongeveer €487. Daarover betaal je zo'n €175 belasting per jaar. Met de huidige grens betaal je niets.
Dagelijkse Standaard rekende ook andere situaties door:
- Partners met samen €80.000 spaargeld: ongeveer €84 per jaar, met de grens van dit jaar niets.
- Partners met samen €150.000: van ongeveer €143 naar ongeveer €404.
- Alleenstaande met €100.000: volgens het Prinsjesdagplan ongeveer €182, met het nieuwe voorstel ongeveer €316.
- Heb je beleggingen, dan wordt het bedrag hoger. Voor beleggingen gaat de fiscus uit van een hoger rendement dan voor spaargeld.
Die €487 telt mee in je verzamelinkomen
Dit tweede effect wordt makkelijk over het hoofd gezien. Het verzamelinkomen bestaat uit je inkomen in box 1, box 2 en box 3, staat in de toelichting op het Belastingplan 2023. De ouderenkorting werd al afgebouwd op basis van dat verzamelinkomen, en sinds 2025 geldt dat ook voor de algemene heffingskorting.
In het wetsvoorstel Belastingplan 2027 is de ouderenkorting maximaal €1.993. Vanaf een verzamelinkomen van €46.577 wordt die met 15 procent afgebouwd. Deloitte noemt in zijn overzicht een afbouwgrens van €46.557. Zit je boven die grens, dan kost elke euro box 3-inkomen je 15 cent ouderenkorting. Wat de lagere ouderenkorting betekent als je inkomen gelijk blijft, lees je in 'Alleen AOW? Dan merk je niets van het hogere belastingtarief in 2027. Heb je er een klein pensioen naast, dan wel'.
Neem weer het stel met een ton. Verdelen jullie de €487 gelijk, dan heeft ieder van jullie zo'n €243 meer verzamelinkomen. Zitten jullie allebei al boven de afbouwgrens, dan verliest ieder ongeveer €36 ouderenkorting, samen zo'n €73. Samen met de box 3-belasting betaal je dan bijna €250 per jaar die je nu niet betaalt. Blijf je met AOW en pensioen samen onder de afbouwgrens, dan blijft je ouderenkorting gelijk.
Fiscale partners verdelen het box 3-inkomen in de aangifte. Voor de box 3-belasting zelf maakt die verdeling volgens Berekenhet niet uit. De ouderenkorting wordt wel per persoon berekend. Heeft de ene partner een hoger pensioen dan de andere, dan kan het dus uitmaken bij wie je het box 3-inkomen onderbrengt.
Ook zorgtoeslag en zorgbijdrage kijken naar dat inkomen
Volgens Wikipedia telt box 3-inkomen ook mee voor de zorgtoeslag en voor de inkomensafhankelijke bijdragen in de Wet langdurige zorg. Krijg je zorgtoeslag, dan kan het hogere inkomen die dus verlagen. Het kabinet wil de vermogensgrens voor zorgtoeslag in 2027 verlagen naar €158.748 voor partners, schreven we eerder. Een stel met een ton zit daar nog ruim onder.
Bij de eigen bijdrage voor een verpleeghuis is het anders. Het CAK werkt sinds 2023 niet meer met het heffingsvrij vermogen, maar met een eigen toetsbedrag. Volgens Erfrechtplan is dat in 2026 €73.904 voor partners samen. De halvering verandert dat bedrag dus niet. Het CAK kijkt wel naar je verzamelinkomen van twee jaar eerder.
Het plan ligt nog niet vast
Op de eerste dag van het begrotingsdebat bleek er geen Kamermeerderheid te zijn voor de lagere grens, meldde De Belegger op basis van de NOS. JA21, SGP, ChristenUnie en PRO zijn tegen. VVD en CDA willen kleine spaarders ontzien. Volgens persbureau ANP zei minister Heinen donderdag dat hij dacht dat kleine spaarders met de grens al werden ontzien, „maar de Kamer ziet dat anders”. Een nieuw bedrag noemde hij niet.
Waar hij precies ruimte geeft, is nog niet duidelijk. Revosave en Financieel Onafhankelijk Blog schrijven dat het gaat om de grens van €1.000 heffingsvrij resultaat vanaf 2028. Dagelijkse Standaard schrijft meer in het algemeen over een hogere grens in box 3. De ministerraad keurde op 2 oktober de novelle goed. Volgens De Belegger moet rond 12 oktober, bij de behandeling van het Belastingplan, duidelijk worden waar de nieuwe spaardersgrens komt te liggen.
Wat je nu kunt doen
- Tel je spaargeld en beleggingen bij elkaar op. Voor box 3 telt wat je op 1 januari hebt.
- Kijk of jullie verzamelinkomen per persoon in de buurt van €46.577 komt. Alleen dan raakt het box 3-inkomen je ouderenkorting.
- Let bij de aangifte op hoe je het box 3-inkomen tussen jullie verdeelt.
- Geef geld niet in een haast weg om onder de grens te komen. Waarom dat weinig oplevert, lees je in Spaargeld nu aan je kinderen geven om box 3 te ontlopen? Het levert je mogelijk maar één jaar voordeel op.
- Je hoeft nu niets te doen. De belasting over 2027 betaal je pas na je aangifte in 2028, of eerder via een voorlopige aanslag.
Bronnen: Dagelijkse Standaard,
Dagelijkse Standaard (Heinen),
Manmag,
Taxence,
Raisin,
Rijksfinanciën (Wetsvoorstel Belastingplan 2027),
Rijksfinanciën (Belastingplan 2023),
Deloitte,
Berekenhet,
Wikipedia,
CAK,
Erfrechtplan,
De Belegger,
De Belegger (Raad van State),
Revosave,
Financieel Onafhankelijk Blog