Nederlanders koploper op Spaanse tweedehuizenmarkt — en de Costa's merken het aan alles

Samenleving
door Dirk Kruin
vrijdag, 04 september 2026 om 13:04
spaanse-villa-costa-blanca
Op de luchthaven van Alicante staan tegenwoordig meer medewerkers van valetparkingbedrijven op Nederlanders te wachten dan bussen die ze naar een hotel brengen. Dat beeld zegt in één oogopslag wat de cijfers bevestigen: de Britse hotelgast heeft plaatsgemaakt voor de Nederlandse huiseigenaar. In een jaar tijd kochten Nederlanders 6.289 Spaanse woningen waar ze niet in gingen wonen. Daarmee zijn ze de grootste groep buitenlandse kopers van tweede huizen in Spanje, voor het eerst voor de Britten.

Van marginaal naar dominant

Tot 2022 werden Nederlandse kopers in veel Spaanse statistieken niet eens apart genoemd; hun aandeel bleef stabiel onder de 3 procent. De klassieke rangorde was Brits, Duits, Frans — met een Russische piek in 2013–2014 en later even een Zweedse opleving. Sinds vorig jaar staat die volgorde op de kop. In de tweede helft van 2025 sprintten Nederlanders zowel de Duitsers als de Britten voorbij. Voorlopige cijfers over de eerste vier maanden van 2026 laten zien dat die opmars doorzet.
Nergens is dat zo goed zichtbaar als in de provincie Alicante. Vorig jaar ging 44,65 procent van alle woningverkopen daar naar een buitenlander; Nederlanders vormden binnen die groep de grootste nationaliteit. In de eerste maanden van 2026 klom het buitenlandse aandeel naar 51,26 procent, en het Nederlandse aandeel binnen de buitenlanders naar 13 procent. Van elke vijf Nederlanders die er een huis bezitten, wonen er vier het grootste deel van het jaar gewoon in Nederland.

Waar de Nederlanders zich verzamelen

Het gemiddelde van 51,26 procent maskeert hoe extreem het lokaal kan oplopen:
  • Torrevieja: 78,6 procent van de woningverkopen naar een buitenlander.
  • Jávea: 68,9 procent.
  • Altea: 66,3 procent.
Buiten Alicante is de provincie Málaga favoriet — daar zijn Nederlanders goed voor bijna 12 procent van de buitenlandse aankopen, en ook hier gebruikt vier op de vijf de woning als tweede huis. In Murcia is 9,5 procent van de buitenlandse kopers Nederlands; van hen ziet bijna negen op de tien het huis als tweede woning. De trek verplaatst zich langzaam landinwaarts: gemeenten als Xàtiva, drie kwartier van de kust, maken nu ook kennis met de buitenlandse tweedehuizenkoper.

Waarom Nederlanders juist nu kopen

De gemiddelde Nederlandse koper is rond de 45 jaar en zoekt een instapklare, energiezuinige woning met terras — in een kustgebied of rustige landelijke omgeving. Belangrijker nog dan wat ze zoeken, is waar ze het níet zoeken: in Nederland. Een tweede huis in eigen land jaagt de belasting in box 3 op. Een tweede huis in Spanje niet, zeker niet als je het overwegend zelf gebruikt.
Volgens Judit Montoriol Garriga, econoom van het onderzoeksbureau van CaixaBank, koopt de meerderheid van de Nederlanders sinds 2022 vooral omdat ze het huis als pensioenvoorziening beschouwen — een voorziening die ze in Spanje veiliger achten dan in Nederland. Maar het blijft zelden bij een passieve belegging. Zodra het huis er staat, ontstaat er een vorm van hybride wonen tussen twee plekken.

Waarom er (nog) geen protest tegen komt

Aan de Spaanse kust wordt volop gedemonstreerd tegen woningen die aan de markt worden onttrokken door Airbnb en tweede huizen. Maar Nederlanders komen daarin nauwelijks als boosdoener voor. Waarom niet? Ze geven meer uit dan Britten of Fransen. Gemiddeld betalen ze meer dan 300.000 euro voor hun Spaanse woning, en ze financieren dat grotendeels zonder hypotheek. Wie zoveel eigen geld meebrengt en geen zware maandlasten heeft, houdt over om lokaal te besteden — in supermarkten, bij de middenstand, in restaurants en in de culturele sector.
De directeur van luchthaven Alicante, Laura Navarro, ziet het aan het passagiersprofiel. Vakantiegangers kwamen vroeger allemaal in de zomer tegelijk. Tweedehuizenbezitters komen gespreid, het hele jaar door. Sinds twee jaar is er geen maand meer met minder dan een miljoen passagiers. Amsterdam is inmiddels de derde herkomstluchthaven, na Londen en Manchester. Vorig jaar landden ruim 1,2 miljoen Nederlanders in Alicante; dit jaar worden er meer dan 1,3 miljoen verwacht — tegen 327.417 in heel 2006.
Ook de Spaanse Nationale Bank noemt in haar jaarverslag van juli de buitenlandse tweedehuizenbezitter niet langer als hoofdoorzaak van de woningcrisis. Bankpresident José Luis Escrivá wijst nu vooral naar het tekort aan nieuwbouw, veroorzaakt door bureaucratie, gebrekkige coördinatie tussen overheden en een dalende arbeidsproductiviteit in de bouw — 13 procent lager dan in 2013.

Waar het wél knelt

Rustig is het daarmee nog niet. Rond de luchthaven van Alicante zijn valetparkingbedrijven als paddenstoelen uit de grond geschoten. In de gemeente Elche liet de burgemeester recent drie illegale megaparkeerplaatsen sluiten, samen goed voor bijna 5.000 auto's, zonder vergunning en met bijbehorende verkeersoverlast. Plannen voor een tweede start- en landingsbaan zijn door minister Óscar Puente afgewezen; wel komt er uitbreiding van de terminal en extra taxiruimte.
En dan zijn er de dorpen die verder van de kust liggen. In Xàtiva klaagt de bewonersvereniging over krakers die zich nestelen in de vaak leegstaande buitenlandse tweede huizen. Ouderen voelen zich er minder veilig en willen meer politie in het dorp.

De boemerang van politieke wispelturigheid

De discussie over buitenlandse eigenaars is voor nu gekalmeerd, mede omdat de grootste groep tweedehuizenbezitters in Spanje uit Spanjaarden bestaat — naar schatting 14 tot 17 procent van de bevolking heeft er een, vaak een familiehuis op het platteland waar weinig mee gebeurt. Toch waarschuwt Montoriol Garriga dat de politieke wind kan draaien. Meer dan 20.000 Nederlanders hebben sinds 2022 een huis in Spanje gekocht. Bij het huidige tempo komen daar dit jaar duizenden bij. Wat vandaag "impuls voor de lokale economie" heet, kan morgen "buitenlandse verdringing" gaan heten. De verstandige koper houdt daar rekening mee.

Meer weten?

loading

Loading