CAMPO GRANDE (ANP) - Honderden migrerende zoetwatervissoorten hebben dringend internationale bescherming nodig. Dat staat in een VN-rapport dat dinsdag in Brazilië wordt gepresenteerd. Volgens het rapport is de populatie trekkende zoetwatervissen sinds 1970 met zo'n 81 procent afgenomen, wat dit type vis een van de meest bedreigde diersoorten ter wereld maakt.
Momenteel zijn 23 migrerende zoetwatervissen opgenomen in het zogeheten Verdrag van Bonn, waarin landen in 1979 hebben afgesproken om diersoorten te beschermen die van gebied naar gebied trekken. Volgens het nieuwe VN-rapport komen inmiddels 325 trekkende zoetwatervissoorten in aanmerking voor internationale bescherming, waarvan de meeste (205) in Azië leven.
In Europa gaat het om vijftig migrerende vissoorten die mogelijk bescherming nodig hebben, waaronder de rivierprik, de sneep en de zalm. De Donau, met bedreigde soorten als de steur en bepaalde karperachtigen, heeft daar prioriteit, zeggen de onderzoekers. Ze benadrukken dat rivieren moeten worden behandeld als ecologische systemen die met elkaar verbonden zijn, in plaats van als geïsoleerde nationale waterwegen.
Gehinderd door dammen en stuwen
Migrerende vissoorten trekken van de ene naar de andere plek op zoek naar voedsel of om zich voort te planten. Ze kunnen daarbij grote afstanden afleggen, maar worden gehinderd door bijvoorbeeld dammen en stuwen. Ook worden ze bedreigd door overbevissing en vervuiling.
"Dit onderzoek laat zien dat migrerende zoetwatervissen in serieuze problemen zitten", zegt hoofdauteur Zeb Hogan. Hij benadrukt het belang van internationale samenwerking om de dieren te beschermen. Voor rivieren betekenen landsgrenzen niets, aldus de onderzoekers. Landen kunnen bijvoorbeeld onderling afspraken maken over openingen in dammen of over seizoensgebonden visserij.
Het nieuwe VN-rapport wordt besproken tijdens een meerdaagse conferentie van de meer dan honderd landen en de Europese Unie die het Verdrag van Bonn hebben ondertekend.