Waarom
vrouwen elkaar zo vaak als concurrent zien in plaats van als bondgenoot: van “er is maar plek voor één vrouw” tot het hardnekkige ‘queen bee’-effect.
Vraag vrouwen op de werkvloer wie hun grootste obstakel is, en verrassend vaak valt niet de naam van een mannelijke leidinggevende, maar die van een andere vrouw, schrijft
Die Welt. Het voedt het beeld dat vrouwen elkaar niet gunnen, elkaar neerhalen, roddelen, saboteren. Maar wie beter kijkt, ziet minder “vrouwelijke haat” en vooral een systeem dat al decennialang competitie tussen vrouwen aanwakkert.
Decennialang gold impliciet de regel: één vrouw is genoeg – één vrouw in het bestuur, één vrouw aan de tafel, één vrouw als uithangbord voor diversiteit. De Amerikaanse sociologe
Rosabeth Moss Kanter beschreef al in de jaren zeventig hoe zo’n “token woman” niet alleen zichzelf representeert, maar het hele vrouwelijk geslacht. Dat creëert enorme druk: wie binnen is, klampt zich vast aan haar plek en ziet andere vrouwen al snel als bedreiging in plaats van versterking.
Daaruit ontstaat het beruchte queen bee-syndroom: vrouwelijke leidinggevenden die zich afzetten tegen jongere vrouwen, hen strenger beoordelen en zich liever met mannen identificeren. Onderzoek laat zien dat dit geen “typisch vrouwelijk venijn” is, maar een overlevingsstrategie in masculiene organisaties die assertief, hard en conflictgericht gedrag belonen. Wie eenmaal heeft geleerd volgens die codes te overleven, verdedigt het systeem soms eerder dan het te veranderen.
Wat is het queen bee-syndroom
Het queen bee-syndroom is het verschijnsel waarbij een vrouw in een machtspositie andere vrouwen juist níet ondersteunt, maar hen afremt, bekritiseert of als bedreiging ziet. Het speelt vooral in mannelijk gedomineerde omgevingen, waar vrouwen het gevoel hebben dat er maar één vrouw aan de top “mag” zijn. Uit zelfbescherming gaan sommige vrouwen zich dan harder opstellen tegen vrouwelijke collega’s dan tegen mannen, waardoor het stereotype ontstaat dat vrouwen elkaar niet gunnen.
Ook buiten de boardroom werkt die dynamiek door. Nederlandse enquêtes onder jonge vrouwen laten zien dat bijna de helft zich jaloers voelt op vriendinnen die slanker zijn, succesvoller lijken of een “perfecter” leven hebben. Media en sociale netwerken versterken dat vergelijken: er is altijd wel een vrouw die mooier, slimmer of succesvoller oogt.
Jaloezie wordt dan snel persoonlijk geduid – “we haten elkaar” – terwijl het in feite gaat om onzekerheid in een cultuur die vrouwen continu langs onhaalbare idealen legt.
Tegelijkertijd groeit een tegenbeweging. Vrouwennetwerken, mentorprogramma’s en initiatieven voor vrouwelijk leiderschap schieten als paddenstoelen uit de grond en laten zien hoe strategische solidariteit eruit kan zien. De echte omslag komt wanneer organisaties niet één vrouw, maar veel vrouwen normaal vinden in alle lagen, zodat concurrentie plaatsmaakt voor macht delen. Want pas als vrouwen niet langer uitzonderingen zijn, wordt duidelijk dat ze elkaars grootste bondgenoten kúnnen zijn – en niet elkaars ergste vijand.