De linker hersenhelft is logisch, de rechter creatief – toch? Moderne neurowetenschappen ontkrachten deze hardnekkige mythe. Ontdek hoe het echt zit.
Je hebt het vast weleens gehoord: de linkerhersenhelft maakt je logisch en analytisch, de rechter creatief en emotioneel. Het is een van de meest hardnekkige ideeën in de populaire psychologie. En het klopt niet.
Waar het verhaal vandaan komt
De mythe vindt haar oorsprong in de jaren zestig, toen neurowetenschapper Roger Sperry patiënten bestudeerde bij wie de hersenbalk – de dikke zenuwbundel die beide hersenhelften verbindt – chirurgisch was doorgesneden om epilepsie te behandelen. Die studies lieten zien dat bepaalde functies sterker aan één kant zaten: taal vooral links, ruimtelijk inzicht vooral rechts.
Maar de media en zelfhulpindustrie maakten er in de jaren zeventig en tachtig een persoonlijkheidsverhaal van: je bent óf een linkse denker, óf een rechtse denker. Dat is een enorme sprong die de oorspronkelijke wetenschap nooit heeft gemaakt.
Hoewel sommige processen zich meer in de rechter of de linker hersenhelft afspelen, hebben mensen in de realiteit geen specifieke hersenhelft die dominanter is. Daarnaast bepaalt de “dominantie” van een hersenhelft ook niet je persoonlijkheid.
Wat de wetenschap écht zegt
Moderne hersenscans via fMRI laten glashelder zien: bij vrijwel elke cognitieve taak – lezen, rekenen, een gesprek voeren – zijn beide
hersenhelften actief. Er bestaat wel degelijk laterale specialisatie: taal en grammatica leunen iets meer op de linkerhelft, terwijl gezichtsherkenning en het interpreteren van emoties iets meer de rechterhelft aanspreken. Maar specialisatie is geen dominantie. De hersenhelften werken als een hecht team, permanent met elkaar in verbinding via het corpus callosum.
De mythe in cijfers
In een studie uit 2013 analyseerden onderzoekers hersenscans van meer dan 1.000 proefpersonen. Hun conclusie: er bestaat geen bewijs dat individuen een dominant linkse of rechtse hersenhelft hebben. Lateralisatie blijkt een lokale eigenschap van hersennetwerken, geen globaal persoonlijkheidskenmerk.
Zelfs bij patiënten bij wie een volledige hersenhelft is verwijderd – een uiterst zeldzame ingreep – kunnen kinderen in 70 procent van de gevallen nog adequate taalvaardigheden ontwikkelen. Dat laat zien hoe flexibel en verbonden ons brein werkelijk is.
Waarom de mythe gevaarlijk kan zijn
Het klinkt onschuldig, maar het 'links-rechts-denken' heeft reële gevolgen. In het onderwijs worden lesmethoden soms afgestemd op zogenaamd linker- of rechterbreinleerlingen – zonder wetenschappelijke basis. Mensen beperken zichzelf: 'Ik ben rechtsbreinig, dus wiskunde is niets voor mij.' In werkelijkheid heb je voor elke complexe taak je hele brein nodig.
De neurowetenschapper Jeff Anderson, hoofdauteur van het grote Utah-onderzoek, vatte het treffend samen: lateralisatie is een eigenschap van individuele verbindingen, niet van personen. Je bent geen type. Je bent een heel brein.