Wie Nederlands als vreemde taal probeert te leren, krijgt nogal wat voor zijn kiezen. Lidwoorden waarvan je moet onthouden welk woord erbij hoort, werkwoorden die van vorm veranderen en klanken die lastig uit te spreken zijn. Taalwetenschapper Sterre Leufkens van de Universiteit Utrecht ziet een opvallende oorzaak: onze taal telt veel regels die nauwelijks iets bijdragen aan de betekenis.
Leufkens gebruikt daarvoor een opmerkelijke vergelijking. "Je herkent een man doordat dat hij tepels heeft, maar zonder dat die nou echt een duidelijke functie hebben.”
Die ‘mannentepels’ zijn overblijfselen van taalregels die ooit een functie hadden. Een duidelijk voorbeeld vormen de lidwoorden. "Je moet altijd weten: is het de pop of het pop? De wetenschap of het wetenschap? Heel lastig om te leren, maar het voegt geen informatie toe aan je boodschap.”
Ook bij werkwoorden moet een taalstudent uitzonderingen onthouden. Zo wordt ‘loop’ in de verleden tijd ‘liep’, terwijl voor veel andere werkwoorden een uitgang met ‘te’ of ‘de’ volstaat. Daarnaast kent het Nederlands woorden als ‘er’ en ‘het’ die in bepaalde zinnen geen duidelijke betekenis hebben.
Nederlands is een uitschieter
Voor haar onderzoek legde Leufkens 22 talen naast elkaar. Daar zaten onder meer Taiwa, Indonesisch, Turks, Tamil, Quechua en Kalaallisut bij. Geen daarvan telde zoveel van deze weinig functionele regels als het Nederlands.
Sommige voorschriften bezorgen zelfs moedertaalsprekers problemen. Het onderscheid tussen ‘hen’ en ‘hun’ ontstond nadat geleerden in de zeventiende eeuw het Nederlands meer op het Latijn wilden laten lijken. Het resultaat is eeuwen later nog altijd lastig. "Dat is nog steeds niet echt goed aangeslagen bij de Nederlanders.”
Voor mensen die Nederlands niet van huis uit spreken, komt daar de uitspraak bij. Klanken als de G, UI en IJ kunnen flink afwijken van wat ze gewend zijn. De geschreven taal maakt het evenmin vanzelfsprekend. De drie E’s in ‘element’ hebben bijvoorbeeld elk een andere uitspraak. Bij ‘natuurlijk’ en ‘gezellig’ geeft de spelling eveneens weinig zekerheid. "Dat zijn allemaal dingen die je gewoon uit je hoofd moet kennen. Je kunt ze niet weten.”
De afstand tot de moedertaal speelt eveneens een rol. Duits staat dichter bij het Nederlands dan Spaans of Arabisch.
Er kan in de verre toekomst wel iets veranderen. Door contact met andere talen kunnen ingewikkelde regels verdwijnen. Mogelijk verdwijnt uiteindelijk zelfs ‘het’ en worden ‘de meisje’, ‘de paard’ en ‘de ding’ normaal. Verwacht geen snelle revolutie: "Dat kan zomaar honderden jaren duren.”