Zonder de nazi’s was Porsche er niet geweest

Cultuur
donderdag, 14 mei 2026 om 5:46
licensed-image
Porsche geldt vandaag als toonbeeld van luxe, techniek en snelheid. Maar achter het logo schuilt een geschiedenis die veel minder elegant is: zonder de nazi’s was Porsche, zoals we het nu kennen, er waarschijnlijk niet geweest.
Dat begint al bij de oprichting. In 1931 richtten Ferdinand Porsche, Anton Piëch en Adolf Rosenberger de Porsche GmbH op; Rosenberger was Joods, bracht geld en zakelijke ervaring in en bezat 10 procent van het bedrijf . Na Hitlers machtsovername werd Rosenberger uit het bedrijf gedrukt en in 1935 droeg hij zijn aandeel over aan Ferry Porsche voor slechts 3.000 Reichsmark, de nominale waarde
Dat is geen detail in de marge. Het is het begin van een patroon: een Joodse medeoprichter verdween, de familie Porsche bleef, en het bedrijf schoof steeds dieper het nazisysteem in.
Ferdinand Porsche kreeg van Hitler de kans van zijn leven. Hij werd de man achter de Volkswagen, de “auto voor het volk”, een prestigeproject van het Derde Rijk dat in werkelijkheid al snel een oorlogsproject werd. Het Volkswagenwerk produceerde tijdens de oorlog geen gezinsauto’s voor Duitse arbeiders, maar onder meer militaire voertuigen en onderdelen voor de Duitse oorlogsindustrie.
De prijs werd betaald door dwangarbeiders. Volkswagen zelf noemt ongeveer 20.000 dwangarbeiders in het concern tijdens de oorlog, onder wie duizenden concentratiekampgevangenen . Het United States Holocaust Memorial Museum beschrijft hoe bij Volkswagen vier concentratiekampen en acht dwangarbeidskampen betrokken waren
Ook Anton Piëch, schoonzoon van Ferdinand Porsche en medegrondlegger van de latere familiedynastie Porsche-Piëch, speelde een sleutelrol. Hij werd in 1941 directeur van het Volkswagenwerk, precies in de periode waarin de fabriek volledig in de oorlogseconomie werd opgenomen
Na 1945 volgde geen echte breuk. Rosenberger kreeg in 1950 een schikking van 50.000 Duitse mark en een Volkswagen Kever, maar zijn oorspronkelijke positie als mede-eigenaar werd nooit hersteld. Ferdinand Porsche en Anton Piëch kwamen weg zonder blijvende veroordeling die hun familiekapitaal vernietigde.
Daarom is de stelling hard, maar verdedigbaar: zonder de nazi’s was Porsche er niet geweest zoals het er nu is. Niet omdat Ferdinand Porsche zonder Hitler geen ingenieur was geweest, maar omdat het Derde Rijk hem de opdrachten, schaal, fabrieken, politieke bescherming en oorlogseconomie gaf waarmee de dynastie kon groeien.
De ironie is dat Porsche vandaag nog altijd als familieverhaal wordt verteld. De Porsche en Piëch-families controleren via de Porsche Automobil Holding SE nog steeds een cruciale machtspositie in Volkswagen, waarbij de gewone aandelen van Porsche SE indirect in handen zijn van de families ( Het fortuin dat vandaag in sportwagens, beurswaarde en prestige verpakt zit, staat dus niet los van de donkere oorsprong.
Dat maakt elke Porsche niet “fout”. Maar het maakt de merkmythe incompleet. Wie alleen de glans ziet, mist het fundament: arisering, oorlog, dwangarbeid en een naoorlogse orde waarin de daders vaak veel beter wegkwamen dan hun slachtoffers.
De geschiedenis van Porsche is daarom geen voetnoot bij het naziverleden. Het is een van de duidelijkste voorbeelden van hoe het Derde Rijk sommige Duitse familiebedrijven niet vernietigde, maar juist groot maakte.
loading

Loading