Er zijn nog altijd mensen – opvallend vaak academici – die serieus volhouden dat dieren geen vrienden hebben. Dat ze hooguit functionele relaties aangaan. Het is een standpunt dat je alleen kunt verdedigen als je nog nooit een hond hebt gehad of nooit een kat hebt zien kiezen voor één specifieke mens.
Want iedereen die wél kijkt, ziet het meteen: dieren sluiten vriendschappen. Soms binnen hun eigen soort, soms dwars door soortgrenzen heen. Honden en mensen, honden en katten, katten en konijnen. En die spelen niet alleen samen, ze zoeken elkaar op, missen elkaar en beschermen elkaar.
Dieren sturen elkaar geen appjes en schrijven geen liefdesbrieven, maar dat betekent niet dat ze niets te zeggen hebben. Ze communiceren via geur, lichaamstaal, aanraking en signalen die wij simpelweg niet altijd oppikken. Pee-mail, zoals biologen het noemen. Het is misschien minder romantisch, maar het werkt. En het houdt relaties jarenlang in stand.
Vriendschap draait, ook bij dieren, om vertrouwen en veiligheid. Om weten dat je op elkaar kunt rekenen. Dat gevoel is evolutionair goud. Het verklaart waarom vriendschappen zelfs ontstaan tussen soorten die elkaar in het wild liever opeten dan knuffelen.
Een cheetah en een labrador
Neem de zogenaamde ‘odd couples’: een leeuw en een coyote die samen opgroeien en elkaars nabijheid opzoeken. Een geit die de gids wordt van een blinde pony. Of een cheetahwelp die steun vindt bij een labradorpup en met hem een eigen ‘taal’ ontwikkelt, half hond, half cheetah.
Wie denkt dat dit projecties zijn van sentimentele mensen, moet eens kijken naar de documentaire Animal Odd Couples. Daarin zie je dat liefde in het dierenrijk weinig boodschap heeft aan hokjes.
Misschien wel het mooiste voorbeeld komt van schrijver en naturalist Sy Montgomery, die bevriend raakte met een reuzenoctopus. Geen tam huisdier, maar een totaal ander wezen, evolutionair gezien bijna een alien. Toch herkende ze nieuwsgierigheid, voorzichtigheid en uiteindelijk vertrouwen.
De echte vraag is dan ook niet óf dieren vrienden maken, maar waarom wij zo graag blijven doen alsof ze dat niet kunnen. Wetenschap laat al jaren zien dat dieren emoties hebben, rouwen om verlies en plezier beleven aan gezelschap. Wie dat blijft ontkennen, negeert niet alleen onderzoek, maar ook zijn eigen waarneming. Misschien vinden we het lastig omdat het van ons vraagt, toe te geven dat wij niet uniek zijn in ons vermogen tot vriendschap.