Een historisch moment in de Nederlandse achtertuin. Voor het eerst sinds het begin van de Nationale Tuinvogeltelling staat de huismus niet meer op nummer één. Die eer gaat dit jaar naar de koolmees. Na 23 jaar onafgebroken heerschappij is de machtsovername een feit en dat zegt veel over hoe onze tuinen zijn veranderd.
Afgelopen weekend deden bijna 140.000 Nederlanders mee aan de jaarlijkse telling van Vogelbescherming
Nederland. Gewapend met koffie, verrekijker en stopwatch zijn een halfuur lang alle
vogels genoteerd die zichtbaar waren in
tuin of op balkon. Die methode maakt de resultaten goed vergelijkbaar. In totaal leverde dat 1.898.147 getelde vogels op.
Wisseling van de wacht
De koolmees werd 273.142 keer gezien en stoot daarmee de huismus van zijn vaste eerste plek. De huismus blijft steken op 257.870 waarnemingen. Waarom deze wissel nu precies plaatsvindt, is nog niet helemaal duidelijk, maar volgens Vogelbescherming
Nederland is er wel een duidelijke trend zichtbaar. De manier waarop we onze tuinen inrichten speelt daarbij een grote rol.
Nederlandse tuinen worden steeds vaker betegeld. Groen verdwijnt, struiken worden weggehaald en rommelige hoekjes maken plaats voor grind en kunstgras. En dat is slecht nieuws voor de huismus. Die soort heeft juist dichte begroeiing nodig om te schuilen en voedsel te vinden.
De koolmees is flexibeler. Nestkasten, voedersilo’s en een breder dieet helpen deze vogel om zich beter aan te passen aan een versteende omgeving. Dat verschil lijkt nu zichtbaar te worden in de telling.
Oude bekenden keren terug
Niet alles is kommer en kwel. De spreeuw maakt bijvoorbeeld een opvallende comeback. Ooit goed voor een plek in de top drie, verdween hij jarenlang uit de top tien. Dit jaar staat de spreeuw weer op plek acht, met 85.457 waarnemingen.
Ook de merel, halsbandparkiet en grote bonte specht zijn vaker geteld dan vorig jaar. Stuk voor stuk soorten die het stadsleven en de veranderende
tuin redelijk goed aankunnen.