Als het Iraanse regime valt, ligt
de gevaarlijkste erfenis niet in paleizen of bankkluizen, maar onder bergen beton en in diepe tunnels: kilo’s hoogverrijkt uranium, werkende
kernreactoren en duizenden radioactieve bronnen. De vraag is niet alleen óf het mis kan gaan, maar wie er klaarstaat om deze erfenis veilig te stellen.
Na de Israëlisch-Amerikaanse bombardementen van 2025 ligt een deel van Irans nucleaire infrastructuur in puin, maar het splijtbare materiaal is er nog. Volgens nucleair deskundige David Albright gaat het om bijna 1.000 pond uranium dat tot 60 procent is verrijkt – genoeg voor een primitief kernwapen als het in verkeerde handen valt. Veel daarvan ligt vermoedelijk opgeslagen in beschadigde installaties bij Natanz, Fordow en in tunnelcomplexen rond Isfahan.
Minstens zo zorgwekkend is de kerncentrale van Bushehr aan de Perzische Golf, met naast de reactor grote bassins vol gebruikte splijtstof. Onderzoekers waarschuwen dat een ernstig ongeluk of gerichte aanval enorme hoeveelheden
cesium‑137 kan verspreiden over kuststeden in
Iran én de Golfstaten. Daarbovenop komen medische en industriële bronnen in Teheran en Karaj, die zich lenen voor een “vuile bom”.
Wie moet ingrijpen als in Teheran chaos uitbreekt? De geschiedenis biedt drie scenario’s. Na de val van de Sovjet-Unie voorkwam het Amerikaanse Nunn‑Lugar‑programma dat
kernwapens en plutonium wegspoelden richting zwarte markt: wapens werden ontmanteld, opslagplaatsen versterkt, wetenschappers omgeschoold. In Irak in 2003 gebeurde het omgekeerde: het nucleaire complex Tuwaitha lag dagenlang open, vaten met uranium werden geplunderd, radioactief materiaal raakte zoek. Zuid‑Afrika koos in de jaren negentig voor een ordelijk, door de IAEA gecontroleerd ontmantelingsproces.
Trump en een goed plan gaan slecht samen
Voor
Iran betekent dit dat alleen een gecoördineerde operatie – met de VS en Europa, maar ook met
Rusland en
China – kans van slagen heeft. Denk aan speciale teams die direct na een machtswisseling kernsites bezetten, uraniumvoorraden veiligstellen en Bushehr onder internationale bescherming plaatsen. Tegelijk moeten Iraanse nucleaire experts worden binnengehaald, niet opgejaagd: hun kennis is cruciaal om installaties veilig stil te leggen en niet in dienst van nieuwe regimes of milities te laten verdwijnen.
Zonder zulke plannen dreigt Irans nucleaire erfenis de volgende proliferatiecrisis te worden – niet door wat het regime doet, maar door wat er gebeurt als het instort.[