Dat mensen tegenwoordig minder seks hebben met een partner, is geen nieuw gegeven. Opvallender is dat zelfbevrediging juist toeneemt. De vraag dringt zich op of masturberen dan de plaats inneemt van seks binnen relaties. Nieuw Brits onderzoek suggereert dat dit beeld te simpel is. Zelfbevrediging blijkt vaker een manier om met onvervulde verlangens om te gaan, maar vervangt partnerseks niet een-op-een.
Masturbatie heeft veel functies: ontspanning, stressvermindering, plezier of het bevorderen van slaap. Bij mensen met een partner staat het zelden volledig los van seks met een ander. Het kan plaatsvinden naast, rondom of soms in plaats van partnerseks, zonder dat dit per definitie iets zegt over de kwaliteit van de relatie.
Lang gingen seksuologen ervan uit dat mannen en vrouwen hierin fundamenteel verschilden. Mannen zouden masturberen ter compensatie van een tekort aan seks, terwijl vrouwen het juist zouden doen als aanvulling op een bevredigend seksleven. Dat idee wordt door het nieuwe onderzoek weersproken.
Zowel mannen als vrouwen die veel masturberen, blijken relatief vaak minder seks te hebben dan zij zelf zouden willen. Ook komt frequente zelfbevrediging vaker voor bij mensen die seksuele problemen ervaren, bij zichzelf of hun partner en bij wie ontevreden is over het seksleven. Masturbatie lijkt daarmee steeds vaker een manier om met gemis of frustratie om te gaan.
Volgens de onderzoekers past dit in een bredere ontwikkeling waarin mensen wereldwijd minder seks hebben dan voorheen. Tegelijkertijd is het taboe op zelfbevrediging, vooral bij vrouwen, afgenomen. Masturberen is daarmee zichtbaarder geworden.