Tien jaar eerder stoppen met werken is voor bijna niemand haalbaar. Vier jaar wel — maar niet met een spaarrekening waar per ongeluk wat op is blijven staan. Wie op zijn 63e de deur achter zich dichttrekt, moet 48 maanden overbruggen waarin de overheid nul euro overmaakt. En nee, eerder
AOW aanvragen kan niet.
Vier jaar zonder een cent AOW
De
AOW-leeftijd is 67 jaar in 2026 en 2027, en stijgt vanaf 2028 naar 67 jaar en 3 maanden. Stop je op je 63e, dan zit je dus vier jaar — en vanaf 2028 zelfs vier jaar en drie maanden — volledig op eigen kracht. Huur of hypotheek, energie, boodschappen en de zorgverzekering gaan ondertussen onverstoorbaar door.
Toch is het geen uitzondering: in 2025 ging 40 procent van de werknemers voor het 67e levensjaar met
pensioen. De gemiddelde pensioenleeftijd lag op 66 jaar en 4 maanden.
Vier jaar vrijheid kost tussen de 86.000 en 154.000 euro. Dat is het hele verhaal.
Zo groot moet de spaarpot zijn
Reken met 48 maanden en het bedrag dat je netto per maand nodig hebt. Dan wordt de rekensom pijnlijk overzichtelijk.
| Netto per maand | Nodig voor 48 maanden |
| € 1.800 (zuinig) | € 86.400 |
| € 2.500 (gemiddeld) | € 120.000 |
| € 3.200 (comfortabel) | € 153.600 |
Voor de vergelijking: een volledige AOW voor een alleenstaande is vanaf 1 juli 2026 € 1.662,16 bruto, ofwel € 1.581,55 netto per maand. Samenwonend of getrouwd is dat € 1.139,39 bruto per persoon, netto € 1.084,13. Precies dat inkomen mis je vier jaar lang.
Wat sparen per maand kost
Begin je op je 45e met
sparen voor een pot van € 120.000, dan is dat achttien jaar lang € 556 per maand zonder rendement. Bij 4 procent gemiddeld rendement zakt dat naar ongeveer € 380. Begin je pas op je 53e, dan wordt het € 1.000 per maand zonder rendement, of zo'n € 815 met 4 procent.
De fiscale klap die niemand meerekent
Onder de AOW-leeftijd betaal je in 2026 in de eerste schijf 35,75 procent belasting; vanaf de AOW-leeftijd nog maar 17,85 procent. Reken dus altijd met netto, nooit met bruto.
Van elke bruto euro die je vóór je AOW opneemt, blijft aanzienlijk minder over dan daarna.
Of je pensioen naar voren halen
Alternatief: je aanvullend pensioen vervroegd laten ingaan. Dat kan, maar de uitkering wordt gemiddeld 5 tot 7 procent lager per jaar dat je eerder stopt. Bij vier jaar komt dat neer op ruwweg 20 tot 28 procent minder — en die korting is definitief, voor de rest van je leven. Je bouwt in die jaren ook geen pensioen meer op.
De laatste drie jaar kan je werkgever helpen
Werknemers die 36 maanden of minder van hun AOW-leeftijd verwijderd zijn, kunnen sinds 1 januari 2026 een uitkering van de werkgever krijgen zonder extra heffing: tot € 2.357 bruto per maand, en bij een knellende situatie of weinig aanvullend pensioen maximaal € 300 meer. Dat dekt drie van de vier jaren — het eerste jaar blijft voor eigen rekening.
In het kortVier jaar eerder stoppen betekent 48 maanden zonder AOW. Nodig: € 86.400 tot € 153.600, afhankelijk van je bestedingsniveau. Pensioen vervroegen scheelt blijvend 20 tot 28 procent. De laatste drie jaar kan een werkgeversregeling tot € 2.357 bruto per maand overbruggen.
Meer weten?