80% werken, 90% salaris, 100% pensioen opbouwen: de tussenweg naar eerder stoppen die bijna niemand kent

Economie
woensdag, 29 juli 2026 om 7:19
ANP-410135638
Stoppen met werken kan pas op je 67e, en eerder stoppen kost een vermogen. Dat is het beeld. Maar er bestaat een tussenvorm die in tweederde van de grote cao’s is vastgelegd en die opvallend weinig mensen benutten: je gaat een dag per week minder werken, houdt negentig procent van je loon en bouwt gewoon voor honderd procent pensioen op. Het heet het generatiepact. En ja, er zitten haken en ogen aan.

Wat de 80-90-100-regeling precies inhoudt

De rekensom is even simpel als verleidelijk. Je werkt nog tachtig procent van je contracturen, meestal in de vorm van één extra vrije dag per week. Je werkgever betaalt negentig procent van je oude salaris door. En je pensioen blijft opbouwen alsof je nog voltijds doorwerkt.
Formeel verandert er niets aan je contract. Je krijgt buitengewoon verlof voor de twintig procent die je niet meer werkt, en over de helft van die uren betaalt je werkgever gewoon door. Daarom heet het een pact en geen deeltijdontslag: bij deeltijdontslag zakt je pensioenopbouw evenredig mee, bij het generatiepact niet.
De achterliggende gedachte is dubbel. Oudere werknemers houden het vol tot de AOW-leeftijd zonder overspannen of ziek te worden. En de vrijgekomen uren gaan naar jongeren die anders blijven hangen in tijdelijke contracten. Vakbonden verkopen het daarom als één oplossing voor twee problemen.

Hoe vaak komt het voor?

Vaker dan de meeste werknemers denken. In een onderzoek onder 147 grote cao’s bleken er 95 een vorm van arbeidsduurverkorting voor oudere werknemers te bevatten. Samen dekken die cao’s 63 procent van alle werknemers die onder de onderzochte akkoorden vallen.
Concreet: in de cao Metaal en Techniek hebben werknemers vanaf zestig jaar er recht op. In de cao Ziekenhuizen is de 80-90-100-variant verplicht aangeboden vanaf schaal FWG 35, met een lichtere variant voor lagere inkomens. In de ggz hebben medewerkers tot en met FWG 55 sinds september 2025 recht op deelname vanaf vijf jaar voor hun AOW-datum. In de VVT kwam de regeling er voor het eerst met de cao van 2025. Gemeenten regelen het lokaal, waardoor de ene ambtenaar wel en de andere niet meedoet.
De bouw, de afbouw, de houthandel, de beveiliging, de woningcorporaties, de autobranche: overal duikt hetzelfde stramien op, met net andere leeftijdsgrenzen en percentages.

De varianten op een rij

VariantJe werktJe krijgtPensioenopbouwWaar je die tegenkomt
90-95-10090%95% loon100%Sommige gemeentelijke regelingen, vanaf 60 jaar
80-95-10080%95% loon100%Ziekenhuizen en ggz, voor de laagste schalen
80-90-10080%90% loon100%De standaardvariant, breed in cao’s
70-85-10070%85% loon100%Metalektro, vaak vanaf 62 jaar
60-80-10060%80% loon100%Ziekenhuizen, gemeenten, vaak vanaf 64 jaar
50-70-10050%70% loon100%Enkele overheidsregelingen, ondergrens 18 uur
De rode draad: je werkgever vult telkens ongeveer de helft aan van de uren die je inlevert. Hoe verder je terugschakelt, hoe meer je netto inlevert.

Waarom de fiscus dit toestaat

Eerder stoppen met werken is fiscaal doorgaans hoogst onaantrekkelijk gemaakt. Betaalt een werkgever iemand om vervroegd te vertrekken, dan hangt daar een pseudo-eindheffing aan: 57,7 procent in 2026, oplopend naar 65 procent in 2028. Dat is de rem op de oude VUT.
Het generatiepact ontsnapt aan die heffing, mits het binnen de lijntjes blijft. De belangrijkste voorwaarde: de feitelijke arbeidsduur mag met ten hoogste vijftig procent verminderen ten opzichte van het voorafgaande jaar. Gebeurt de verkorting binnen tien jaar voor de pensioendatum, dan wordt vergeleken met het jaar vóór die periode. Ga je verder terug dan de helft, dan kan de Belastingdienst het alsnog als vervroegde uittreding aanmerken, met de bijbehorende heffing voor je werkgever.
Vandaar de ondergrens van achttien uur per week die in veel regelingen staat. Die is geen willekeur, maar fiscale zelfbescherming.

De nadelen die in de folder ontbreken

Het klinkt te mooi, en dat is het deels ook. Vijf punten die je vooraf wilt weten.
  • Je levert netto minder in dan bruto, maar je levert wel in. Tien procent brutoloon eraf valt netto lager uit doordat je ook minder belasting betaalt, maar hoeveel precies hangt af van je schijf, je heffingskortingen en je toeslagen. Reken het door met je eigen loonstrook, niet met een vuistregel van internet.
  • Toeslagen en extra’s verdampen. Onregelmatigheidstoeslag, ploegentoeslag, overwerk en bereikbaarheidsdiensten krijg je alleen nog over de uren die je daadwerkelijk draait. Voor wie een fors deel van het inkomen uit toeslagen haalt, is de klap groter dan de tien procent suggereert. Ook je reiskostenvergoeding zakt mee.
  • Je sociale vangnet krimpt. WW en WIA worden berekend over je sv-loon. Dat daalt bij deelname, dus daalt een eventuele uitkering ook. Word je in het laatste jaar voor je pensioen langdurig ziek of werkloos, dan merk je dat direct.
  • Terug kan meestal niet. Deelname loopt in veel regelingen door tot de AOW-datum en is niet tussentijds op te zeggen. Wie tussentijds toch weer meer wil werken, verliest doorgaans het recht op de regeling en soms ook opgebouwde seniorenuren.
  • De pensioenpremie kan tegenvallen. In sommige regelingen betaalt de werkgever het volledige premieverschil, in andere blijf je als werknemer je eigen deel over honderd procent van je oude salaris betalen terwijl je negentig procent ontvangt. Dat scheelt tientallen euro’s per maand.

Wat je nu kunt doen

  1. Zoek in je cao op de woorden generatiepact, generatieregeling, vitaliteitspact of seniorenregeling. Het staat er vaak niet onder de kop die je verwacht.
  2. Controleer de instapleeftijd. Die varieert van 57 tot 64 jaar, en is soms gekoppeld aan je AOW-datum in plaats van aan een absoluut getal.
  3. Vraag je werkgever schriftelijk om een berekening met en zonder deelname: brutoloon, nettoloon, vakantiegeld, eindejaarsuitkering, toeslagen en pensioenpremie.
  4. Vraag expliciet wie het werknemersdeel van de pensioenpremie over de niet-gewerkte uren betaalt.
  5. Meld je op tijd aan. Aanmeldtermijnen van drie tot zes maanden vóór de gewenste ingangsdatum zijn eerder regel dan uitzondering.
  6. Bekijk of combineren loont. De RVU-drempelvrijstelling van 2.357 euro bruto per maand in 2026, met in knellende situaties 300 euro extra, geldt pas in de laatste 36 maanden voor je AOW-leeftijd. Het generatiepact overbrugt de jaren daarvóór.

Het echte probleem: onbekendheid

De AOW-leeftijd staat in 2026 en 2027 op 67 jaar en gaat vanaf 2028 naar 67 jaar en drie maanden. Voor wie een fysiek of mentaal zwaar beroep heeft, is dat een lange laatste etappe. Volledig eerder stoppen is duur en fiscaal bestraft. Voltijds doorbuffelen is voor veel mensen niet vol te houden.
Precies daartussen zit deze regeling. Ze bestaat al jaren, ze staat in de meeste grote cao’s, en ze wordt structureel onderbenut. Bij woningcorporaties deden in 2019 en 2020 samen zo’n 660 medewerkers mee, goed voor 125 vrijgekomen fulltime banen. Op een sector van die omvang is dat bescheiden.
Het meest onderschatte arbeidsvoorwaardelijke recht van Nederland is er dus eentje waar je zelf om moet vragen. Doe dat dan ook.
Meer weten?
loading

Loading