Boomers kochten voor een habbekrats een huis, millennials mogen blij zijn als ze een bezemkast met balkon kunnen betalen. Tenminste, zo gaat ongeveer de standaard discussie tussen mensen van verschillende generaties. Maar wie puur naar koopkracht kijkt, krijgt een behoorlijk ander beeld. Op dezelfde leeftijd hadden millennials namelijk aanzienlijk meer te besteden dan babyboomers.
Het CBS heeft generaties naast elkaar gezet op dezelfde leeftijd. Daarbij zijn inkomens omgerekend naar het prijsniveau van 2024 en is rekening gehouden met verschillen in huishoudens. De vergelijking gaat dus niet mank doordat een gulden vroeger meer waard was of boodschappen goedkoper waren.
En dan blijken millennials op hun 35ste bovenaan te staan. Hun gemiddelde koopkracht bedraagt 42.200 euro. De zogenoemde pragmatische generatie volgt met 36.400 euro, waarna generatie X met 29.300 euro komt. De stille generatie zat op 24.900 euro en babyboomers op 24.000 euro.
| Generatie |
Koopkracht op 35-jarige leeftijd |
| Millennials (1985–1999) |
€42.200 |
| Pragmaten (1970–1984) |
€36.400 |
| Generatie X (1955–1969) |
€29.300 |
| Stille generatie (vóór 1945) |
€24.900 |
| Babyboomers (1945–1954) |
€24.000 |
Bron: CBS
Daarmee ligt de koopkracht van millennials op die leeftijd ruim 75 procent hoger dan die van boomers destijds.
Meer geld, maar ook meer werk
Dat betekent niet automatisch dat de gemiddelde millennial persoonlijk een gigantisch salaris ontvangt. Een belangrijk verschil zit in het huishouden. Bij jongere generaties zijn twee inkomens veel gebruikelijker. Toen boomers jonge kinderen kregen, stopten vrouwen vaker met werken of gingen ze aanzienlijk minder uren maken.
Meer tweeverdieners betekent dus een hoger huishoudinkomen. Daar staat tegenover dat er binnen zo'n huishouden doorgaans ook meer betaalde uren worden gemaakt.
Opvallend is bovendien hoe verschillend de financiële ontwikkeling tussen het 24ste en 34ste levensjaar verliep. Millennials gingen van 27.300 euro koopkracht op hun 24ste naar 41.800 euro op hun 34ste: een stijging van 53,1 procent.
Bij boomers gebeurde precies het tegenovergestelde. Hun koopkracht zakte in diezelfde levensfase van 25.700 naar 23.500 euro, oftewel een daling van 8,6 procent. De economische malaise aan het begin van de jaren tachtig speelde daarbij een belangrijke rol.
| Leeftijd |
Babyboomers |
Millennials |
| 24 jaar |
€25.700 |
€27.300 |
| 25 jaar |
€25.300 |
€30.800 |
| 26 jaar |
€25.200 |
€33.500 |
| 27 jaar |
€24.900 |
€35.800 |
| 28 jaar |
€24.900 |
€37.400 |
| 29 jaar |
€24.600 |
€38.600 |
| 30 jaar |
€24.500 |
€39.600 |
| 31 jaar |
€24.300 |
€40.300 |
| 32 jaar |
€23.800 |
€40.900 |
| 33 jaar |
€23.700 |
€41.300 |
| 34 jaar |
€23.500 |
€41.800 |
| Verandering van 24 tot 34 jaar |
−8,6% |
+53,1% |
Bron: CBS
Daarmee is de eeuwige discussie nog niet beslecht. Koopkracht vertelt namelijk niets over vermogen, studieschulden, huizenprijzen, pensioen of de mogelijkheid om überhaupt een woning te bemachtigen. Boomers kunnen tegenwoordig dus uitstekend vermogend zijn én tegelijkertijd als dertiger financieel minder ruim hebben gezeten.
Maar één argument kan voorlopig wel de ijskast in: dat millennials op hun 35ste minder konden besteden dan boomers op die leeftijd. Volgens deze CBS-cijfers is juist het omgekeerde het geval.