Jij bereikt de AOW-leeftijd, je partner staat nog een paar jaar in het arbeidsproces. Dat is een van de meest onderschatte overgangen in een huishouden: het inkomen verandert, de belastingdruk verandert, de toeslagen veranderen en de dagindeling verandert. Wie denkt dat er “iets extra’s” komt voor de jongere partner, komt bedrogen uit. Eerst het goede nieuws, want dat is kort en helder. Je AOW gaat in zodra jij zelf de AOW-leeftijd bereikt. Wat je partner doet, verdient of niet verdient, verandert daar niets aan. Ook doorwerken naast je AOW korten ze niet: extra inkomen uit arbeid of aanvullend
pensioen gaat niet van je AOW af.
Daarna komt het minder leuke nieuws.
Want de hoogte van je AOW hangt niet af van jouw eigen carrière, maar van je woonsituatie. En in dit scenario valt die woonsituatie precies de verkeerde kant op.
Woon je samen, dan krijg je de laagste variant
De AOW volgt het minimumloon. Woon je alleen, dan krijg je 70 procent van het netto minimumloon. Woon je samen met een partner, dan krijg je 50 procent. Dat lagere percentage geldt ook als je partner nog helemaal geen AOW ontvangt.
Per 1 juli 2026 betekent dat concreet: een alleenstaande krijgt 1.662,16 euro bruto per maand, een gehuwde of samenwonende 1.139,39 euro bruto per persoon. Netto, met loonheffingskorting, komt dat neer op respectievelijk 1.581,55 euro en 1.084,13 euro. Er komt maandelijks vakantiegeld bovenop dat in mei in één keer wordt uitbetaald: 104,78 euro bruto voor alleenstaanden, 74,85 euro voor samenwonenden.
Zolang jouw partner de AOW-leeftijd niet heeft, komt er dus maar één keer 1.139,39 euro het huishouden binnen — en geen cent meer. Pas als je partner zelf de AOW-leeftijd bereikt, staan er twee keer 50 procent op de rekening.
Eén AOW voor twee mensen, tegen het tarief voor twee AOW’ers. Dat is de kern van het financiële gat.
Belangrijk detail: de Sociale Verzekeringsbank hanteert een ruime definitie van samenwonen. Deel je meer dan de helft van de tijd een woning met een meerderjarige en deel je de huishoudkosten of zorg je voor elkaar, dan geldt het samenwoontarief. De aard van de relatie doet niet ter zake.
De partnertoeslag is geen optie meer
Tot 2015 bestond er een AOW-toeslag voor wie een jongere partner had met weinig of geen inkomen. Die regeling is per 1 januari 2015 gesloten voor nieuwe gevallen, en dat besluit staat vast: wie nu voor het eerst AOW krijgt, ontvangt niets extra voor een jongere partner, ongeacht wat die verdient.
Alleen wie de toeslag al vóór 2015 ontving, houdt hem — en dan uitsluitend zolang het inkomen van de jongere partner onder de grens blijft. Gaat dat inkomen er één keer over, dan is de toeslag voorgoed weg. De toeslag stopt in elk geval automatisch zodra de partner zelf de AOW-leeftijd bereikt.
Wel voordeel: jouw belastingtarief zakt
Er zit ook een sympathieke kant aan de AOW-leeftijd. Vanaf dat moment betaal je geen AOW-premie meer. In 2026 daalt daardoor het tarief in de eerste schijf van 35,75 procent naar 17,85 procent, tot een inkomen van 38.883 euro. Boven die grens gelden de gewone tarieven van 37,56 en 49,5 procent.
Wie in de loop van het jaar de AOW-leeftijd bereikt, krijgt een tussentarief dat afhangt van de maand: van 17,85 procent bij januari tot 34,26 procent bij december. Blijf je doorwerken naast je AOW, dan houdt je werkgever ook geen premies meer in voor WW, WIA, WAO en Ziektewet. Je netto loon stijgt dus, maar je bent bij werkloosheid of arbeidsongeschiktheid niet meer verzekerd.
Daarbij komen twee kortingen. De ouderenkorting bedraagt in 2026 maximaal 2.067 euro bij een verzamelinkomen tot 46.002 euro, bouwt daarboven af met 15 procent en is bij 59.783 euro helemaal verdwenen. De alleenstaandeouderenkorting van 540 euro geldt niet voor jou: die is er alleen voor wie een AOW voor alleenstaanden ontvangt.
Je partner werkt nog, dus jouw korting kan gewoon deels wegvallen — de rekening loopt via het gezamenlijke huishoudboekje.
Toeslagen: het inkomen van je partner telt vol mee
Voor huur- en zorgtoeslag ben je toeslagpartners. Dat betekent dat het inkomen én het vermogen van jullie beiden worden opgeteld en dat je samen één toeslag krijgt. Een partner met een volledig salaris drukt de toeslag vaak tot nul — precies in de periode waarin jouw eigen inkomen daalt.
Ook fiscaal opereer je als koppel. Het heffingsvrije vermogen in box 3 is in 2026 59.357 euro per persoon en 118.714 euro voor fiscale partners. En let op de verzilvering: is jouw partner de minstverdienende partner en geboren na 1962, dan wordt de algemene heffingskorting niet meer aan hem of haar uitbetaald. Voor wie vóór 1963 is geboren, gaat dat in 2026 nog wel op, tot maximaal 3.115 euro, afhankelijk van het inkomen en de te betalen belasting.
AOW in cijfers (per 1 juli 2026) Alleenstaand: 1.662,16 euro bruto, 1.581,55 euro netto. Gehuwd of samenwonend: 1.139,39 euro bruto per persoon, 1.084,13 euro netto. Vakantiegeld: 104,78 respectievelijk 74,85 euro bruto per maand. AOW-leeftijd: 67 jaar in 2026 en 2027, daarna 67 jaar en 3 maanden tot en met 2031. Volledige opbouw vergt vijftig jaar wonen in Nederland; elk ontbrekend jaar kost 2 procent.
Vier dingen om nu te regelen
- Reken het huishoudboekje door met één AOW. Niet met twee. Het verschil tussen de twee scenario’s is honderden euro’s per maand.
- Bekijk de keuzes in je pensioenregeling. Een hoog-laagconstructie geeft de eerste jaren meer en later minder; wettelijk mag de lage uitkering niet onder 75 procent van de hoge liggen. Deeltijdpensioen kan de overgang verzachten.
- Controleer je toeslagen en pas ze aan. Een gewijzigd inkomen dat je te laat doorgeeft, leidt tot terugvorderingen.
- Check de AOW-opbouw van je partner. Jaren in het buitenland kosten 2 procent per jaar. Wie nog geen AOW-leeftijd heeft, kan ontbrekende jaren soms vrijwillig inkopen.
En dan is er nog de niet-financiële kant, die zich moeilijk in een tabel laat vatten: jij hebt tijd, je partner heeft een agenda. De ene helft van het huishouden komt in een ander levenstempo terecht dan de andere. Wie dat ruim vóór de
AOW-datum bespreekbaar maakt, voorkomt dat het gesprek pas op de eerste vrije maandagmorgen begint.
Meer weten?