Wie dacht met stadsverwarming weinig last te hebben van de hoge gasprijs, kan volgend jaar bedrogen uitkomen. Meer dan 700.000 huishoudens met een warmtenet moeten rekening houden met een forse prijsstijging. Het variabele warmtetarief zou in 2027 met grofweg 10 tot 40 procent kunnen stijgen.
Dat heeft alles te maken met de manier waarop de Autoriteit Consument & Markt (ACM) het maximale warmtetarief bepaalt. Warmte is voorlopig nog gekoppeld aan de prijs van aardgas via het zogenoemde niet-meer-dan-andersprincipe. Voor de berekening kijkt de ACM naar gascontracten van de tien grootste leveranciers op drie momenten in september, oktober en november.
Dit kan het je per maand extra kosten
In 2026 bedraagt het maximale variabele warmtetarief €40,97 per gigajoule (GJ). Een huishouden dat jaarlijks 35 GJ warmte gebruikt, betaalt bij dat maximum ongeveer €1.434 per jaar aan het verbruiksafhankelijke deel.
Stijgt dat tarief met 10 procent, dan komt daar ongeveer €143 per jaar bij, oftewel bijna €12 per maand. Bij een stijging van 40 procent loopt het verschil op tot ongeveer €574 per jaar, bijna €48 per maand.
Dat is een rekenvoorbeeld: het uiteindelijke ACM-tarief voor 2027 staat nog niet vast en leveranciers hoeven bovendien niet automatisch het maximumtarief te rekenen. Daar komen ook vaste kosten bij. Warmteklanten kunnen niet zomaar naar een concurrerende warmteleverancier overstappen.
Geen einde aan de gaskoppeling
Op 24 september debatteert de Tweede Kamer over collectieve warmte. De Wet collectieve warmte moet vanaf 1 januari 2027 gaan gelden en verandert uiteindelijk ook de manier waarop warmtetarieven worden bepaald.
Maar wie verwacht dat de koppeling met gas daardoor direct op 1 januari verdwijnt, komt van een koude kermis thuis. De ACM benadrukt dat de overgang naar tarieven op basis van de werkelijke kosten van warmtenetten nog jaren duurt. Voor huishoudens met stadsverwarming blijft de ontwikkeling van de gasprijs voorlopig dus bijzonder relevant.