Als er ergens een feestje gevierd wordt door huizenbezitters, dan is het wel hier. In Oost Gelre, een gemeente in de Achterhoek die de meeste Nederlanders niet zonder Google op de kaart kunnen aanwijzen, stegen de
huizenprijzen het afgelopen jaar met ruim 20 procent. Daarmee is het dé absolute koploper van Nederland.
Oost Gelre, met plaatsen als Groenlo en Lichtenvoorde, is niet bepaald een gemeente die je normaal in het nieuws tegenkomt. Toch verslaat het dorp nu moeiteloos steden als Amsterdam of Utrecht als het om prijsstijgingen gaat. Dat blijkt uit nieuwe cijfers van het CBS en het Kadaster over het tweede kwartaal van 2026.
Prijzen blijven maar stijgen
Op de tweede plek staat Voorst, eveneens een Gelderse gemeente. Daarmee komen de twee grootste stijgers van heel Nederland allebei uit dezelfde provincie. Op drie staat het Groningse Pekela.
Het zijn geen losse uitschieters: in 318 van de 342 gemeenten werden bestaande koopwoningen duurder dan een jaar eerder. Slechts in zes gemeenten daalden de prijzen juist. Gemiddeld betaalde je in het tweede kwartaal 4,2 procent meer dan een jaar eerder voor een bestaande koopwoning.
Waarom vlakt het toch af?
Toch is dit niet het opnieuw losbarsten van de huizengekte van 2021. Sterker nog: de stijging vlakt de laatste kwartalen juist af. Reden daarvoor is het zogeheten uitponden: beleggers verkopen massaal huurwoningen, nadat de regels voor verhuurders zijn aangescherpt. Daardoor komen relatief veel (goedkopere) appartementen op de markt, wat de gemiddelde prijsstijging afremt.