Huizenprijzen stijgen dit jaar veel minder hard, maar in 2027 komt de vaart er weer in

Economie
donderdag, 12 maart 2026 om 17:30
dnb huizenprijzen dalen ook volgend jaar nog1687170285
Wie hoopte op dalende huizenprijzen komt voorlopig bedrogen uit. Wel gaat het komend jaar minder hard. Volgens een nieuw kwartaalrapport van RaboResearch stijgen koopwoningen dit jaar gemiddeld met 3,1 procent ten opzichte van 2025. Dat is een stuk rustiger dan vorig jaar, toen huizen nog bijna 9 procent duurder werden.
De belangrijkste reden voor de afkoeling is simpel: er staan tijdelijk meer woningen te koop.
De afgelopen jaren hebben veel vastgoedbeleggers besloten hun huurhuizen te verkopen. Daardoor komen woningen die eerst werden verhuurd nu beschikbaar voor kopers. Alleen al in 2025 ging het per saldo om ongeveer 36.000 huizen die van de huurmarkt naar de koopmarkt verhuisden.
Dat extra aanbod zorgt voor wat lucht in een markt die jarenlang onder enorme spanning stond.
Daar komt bij dat de bouwproductie dit jaar iets aantrekt. Naar verwachting worden meer nieuwbouwwoningen opgeleverd dan in de twee voorgaande jaren. Voor kopers betekent dat iets meer keuze en daardoor minder explosieve prijsstijgingen.

Structureel tekort blijft gigantisch

Ondanks die tijdelijke verlichting blijft het woningtekort groot. Volgens de onderzoekers ontbreekt het momenteel aan ongeveer 410.000 woningen in Nederland. Dat komt neer op bijna vijf procent van de totale woningvoorraad.
De gevolgen zijn zichtbaar in de cijfers. In januari lagen de prijzen van bestaande koopwoningen gemiddeld 5,4 procent hoger dan een jaar eerder. Voor een doorsnee woning betaalde een koper grofweg 25.000 euro meer.
De vraag is hoe lang de huidige adempauze duurt. Economen verwachten dat de verkoop van voormalige huurwoningen later dit jaar afneemt. Tegelijkertijd kan de woningbouw na 2026 weer terugvallen.
Als het aanbod weer slinkt terwijl de vraag hoog blijft, zullen de prijzen opnieuw harder stijgen. De verwachting is dat de groei in 2027 weer oploopt tot ongeveer 4,1 procent.

Regionale verschillen vervagen langzaam

Opvallend is dat prijsontwikkelingen per regio uiteenlopen. In delen van Noord- en Oost-Nederland gaan de prijzen momenteel relatief snel omhoog.
In Amsterdam gebeurt juist het tegenovergestelde: daar stijgt de prijs minder hard. Daardoor worden de verschillen tussen de Randstad en de rest van het land langzaam kleiner, al blijft de hoofdstad veruit het duurst. Eind 2025 betaalden kopers daar gemiddeld zo’n 537.000 euro voor een woning.
Kortom: de woningmarkt koelt iets af, maar van echte ontspanning is nog geen sprake. Zodra het extra aanbod verdwijnt, kan de prijsdruk zo weer oplopen.
loading

Loading