Je denkt dat je alles geregeld hebt, met je pensioenpotje en je lage hypotheek. Maar dan word je zo ziek dat je je huidige werk niet meer kunt doen. En dan blijkt het erg tegen te vallen
met de verzorgingsstaat. Je kunt van duizenden euro's terugvallen op honderden euro's.
Het klinkt geruststellend: in Nederland ben je verzekerd tegen arbeidsongeschiktheid via de
WIA. In werkelijkheid begint na twee jaar
ziekte voor veel mensen pas de echte stress: keuring, percentages en de ontdekking hoeveel
inkomen je daadwerkelijk kwijtraakt. De belofte van bescherming blijkt vaak een uiterst krap vangnet.
Na 104 weken ziekte stopt in principe de loondoorbetaling door je werkgever en kom je bij het UWV terecht voor een
WIA‑uitkering (WGA of IVA). De kern: je moet minstens 35 procent arbeidsongeschikt zijn én volgens UWV nog maar 65 procent of minder van je oude loon kunnen verdienen. Daarbij wordt gekeken naar je zogeheten sv-loon van vóór je ziekmelding; daarop wordt het “WIA‑maandloon” en vervolgens je uitkering gebaseerd.
De keuring zelf is voor veel mensen een emotionele achtbaan. Eerst beoordeelt een verzekeringsarts welke beperkingen je hebt en legt die vast in een Functionele Mogelijkheden Lijst. Daarna komt de
arbeidsdeskundige: die bedenkt welke banen je volgens UWV nog zou kunnen doen en welk loon je daarmee theoretisch zou kunnen verdienen. Mensen beschrijven hoe ze zich niet serieus genomen voelen, hoe functies worden aangeboden die in de praktijk onhaalbaar zijn en hoe de angst voor financiële problemen de klachten juist verergert.
De financiële schok komt vaak pas echt binnen bij de beschikking. Een IVA‑uitkering (bij vrijwel volledige en duurzame arbeidsongeschiktheid) levert minimaal 75 procent van je
WIA‑maandloon op, maar wordt lang niet altijd toegekend. Veel mensen belanden in de WGA, waar de loongerelateerde uitkering meestal rond de 70 procent van het oude loon ligt en na verloop van tijd nog verder kan dalen, afhankelijk van hoeveel je (theoretisch) zou kunnen werken. Zeker voor mensen met een modaal of hoger
inkomen is de inkomensval groot; wie geen aanvullende verzekering of spaargeld heeft, moet het direct met veel minder doen.
Maak je dus geen illusies: de
WIA is geen luxe hangmat, maar een minimaal vangnet dat je dwingt te re-integreren, te procederen of je levensstandaard drastisch aan te passen. Wie de pech heeft langdurig ziek te worden, ontdekt pas dan hoe scherp Nederland de balans heeft gekozen tussen ‘prikkel tot werk’ en simpelweg risico bij de zieke werknemer neerleggen.
Voorbeeld: van 6000 euro naar 642 euro
Je hebt een goede baan en verdient 6000 euro bruto. Door een
ziekte kan je je huidige werk nooit meer doen. Maar je zou in theorie wel ander werk kunnen dan, bijvoorbeeld achter de kassa van de Lidl.
Dan krijg je na twee jaar 642 euro
WIA.