Wie denkt dat een rijk land automatisch een zorgeloze oude dag garandeert, komt bedrogen uit. In Zuid-Korea leeft bijna 40 procent van de 66-plussers onder de relatieve
armoedegrens. Ook in Letland (34,3 procent), Kroatië (30,7 procent) en Estland (29,8 procent) is ouderenarmoede schrikbarend hoog.
Zelfs de Verenigde Staten, de rijkste economie ter wereld, staan op plek zeven: 22,9 procent van de
ouderen heeft een huishoudinkomen onder de armoedegrens. Dat is ruim boven het gemiddelde van 14,8 procent in de onderzochte 32 landen.[
Nederland doet het opvallend goed. Slechts 4,6 procent van de ouderen valt hier onder die grens; alleen Noorwegen en Tsjechië scoren lager.
Wel is een nuance belangrijk: het gaat om relatieve
armoede, gedefinieerd als een inkomen onder de helft van het mediane huishoudinkomen in het eigen land. De ranglijst vergelijkt dus vooral hoe gepensioneerden ervoor staan ten opzichte van andere inwoners van hun land — niet rechtstreeks hun absolute koopkracht.