Veel mensen denken dat cholesterol alleen een probleem is voor wie te zwaar is of ongezond eet, maar
cardiologen zien in de praktijk een heel ander beeld.
Sprookje 1: slank is veilig
Een van de hardnekkigste misverstanden is
dat slanke mensen geen hoog cholesterol kunnen hebben. De American Heart Association benadrukt expliciet dat ook dunne, sportieve mensen verhoogde waarden kunnen hebben en dus hun cholesterol moeten laten controleren, ongeacht gewicht of dieet. Dat komt doordat de lever het grootste deel van het cholesterol zelf maakt en erfelijke aanleg een grote rol kan spelen.
Sprookje 2: een beetje “slecht” cholesterol kan geen kwaad
Vaak wordt gezegd dat een iets verhoogde LDL‑waarde niet zo erg is, zolang je je verder goed voelt. Recente onderzoeken laten echter zien dat juist LDL‑cholesterol het sterkst samenhangt met aderverkalking en
hart‑ en vaatziekten. In grote cohortstudies stijgt het risico op sterfte al merkbaar bij LDL‑waarden boven ongeveer 3,4 mmol/L (circa 130 mg/dL), terwijl zowel te hoge als extreem lage waarden ongunstig lijken
Sprookje 3: statines zijn gevaarlijker dan het probleem
Ook over cholesterolverlagende medicijnen gonst veel desinformatie. Europese en Amerikaanse richtlijnen baseren zich op grote, langdurige onderzoeken waarin statines bij mensen met een verhoogd absoluut risico duidelijk minder hartinfarcten en beroertes opleveren dan ze bijwerkingen veroorzaken. Of je zo’n middel nodig hebt, hangt niet van één getal af, maar van je totale risico: leeftijd, bloeddruk, roken, familiegeschiedenis en al bestaande vaatziekte.
De kernboodschap van cardiologen: laat je niet sussen door een slank lijf of een “redelijke” waarde, maar ken je cijfers en bespreek je totale risico met je huisarts of cardioloog. Gezond eten, meer bewegen, niet roken en – als dat nodig is – tijdig medicatie kunnen samen tientallen procenten risico op
hart‑ en vaatziekte schelen.