Mannen gaan vanaf halverwege hun dertiger jaren langzaam minder testosteron aanmaken. Maar dat komt lang niet alleen doordat ze ouder worden. Vet diep in de buik blijkt veel sterker samen te hangen met lage testosteronwaarden.
Een nieuwe studie bekeek gezondheidsgegevens van bijna 5000 Amerikaanse mannen tussen de 20 en 59 jaar. Vooral visceraal vet bleek tot lagere testosteronwaarden te leiden. Wanneer rekening werd gehouden met de verdeling van lichaamsvet, was het verband met leeftijd binnen deze groep slechts bescheiden.
Visceraal vet is het vet dat diep in de buik rond organen als lever, maag en darmen zit. Dit vetweefsel bevat veel receptoren voor testosteron en is daardoor bijzonder gevoelig voor het hormoon.
De bevinding sluit aan bij eerder onderzoek. Een studie onder 1.667 mannen uit 2007 liet bijvoorbeeld zien dat een stijging van het BMI met vier tot vijf punten gepaard ging met een daling van testosteron die vergelijkbaar was met ongeveer tien jaar ouder worden.
Ook onderzoek waarbij 1382 mannen vijf jaar werden gevolgd, wees erop dat een daling van testosteron door ouder worden "niet onvermijdelijk" is. Roken en gezondheid, met name obesitas en depressie, konden een belangrijk deel van de verschillen verklaren.
BMI vertelt lang niet alles
Daar zit meteen een probleem. BMI en buikomtrek zijn veelgebruikte maatstaven voor overgewicht, maar vertellen niet waar het vet precies zit. Twee mannen met dezelfde BMI en buikomtrek kunnen behoorlijk verschillende testosteronwaarden hebben.
Zo kan een jonge man met een gezond BMI toch relatief veel verborgen visceraal vet hebben. Een oudere gespierde man met weinig van dit buikvet kan op basis van leeftijd en BMI ondertussen een hoger risico toegeschreven krijgen.
Waarom visceraal vet en testosteron zo sterk samenhangen, is nog niet duidelijk. Diep buikvet kan insulineresistentie bevorderen, wat mogelijk invloed heeft op de productie van testosteron in de testikels. Ook kan het ontstekingsprocessen stimuleren en de omzetting van testosteron in estradiol vergroten.
Dat kan relevant zijn voor de behandeling van een laag testosterongehalte. Het verminderen van visceraal vet, bijvoorbeeld met middelen als Ozempic of Wegovy, zou het probleem mogelijk directer kunnen aanpakken dan uitsluitend testosterontherapie. De auteurs benadrukken daarom het belang van het onderzoeken van omkeerbare metabole oorzaken voordat met testosterontherapie wordt begonnen.