Tintelend gehemelte na de barbecue? Steeds meer mensen krijgen vleesallergie door een tekenbeet

gezondheid
maandag, 03 augustus 2026 om 10:07
generated-image
Een biefstukje op de barbecue, en uren later opeens netelroos, buikkramp of een tintelend gehemelte. Wie dat overkomt, denkt eerst aan bedorven vlees. Steeds vaker blijkt de dader ergens anders te zitten: een kleine teek die maanden eerder ongemerkt een hap uit een enkel of een bilspier nam. Het aantal mensen dat na zo'n beet een allergie ontwikkelt voor rood vlees – het zogeheten alfa-galsyndroom – neemt in verschillende landen toe.
Wat is alfa-gal eigenlijk?
In het speeksel van teken zit een suikermolecuul: galactose-alfa-1,3-galactose, in de wandelgangen alfa-gal. Diezelfde suiker zit ook in vlees van zoogdieren en in zuivel. Bij de meeste mensen reageert het lichaam niet op dat stofje. Maar bij een minderheid maakt het immuunsysteem na een tekenbeet antistoffen aan – hetzelfde type antistoffen dat ook bij graspollen- en pinda-allergie in actie komt. Wie dan later een varkenshaas of een lamsbout eet, kan een allergische reactie krijgen.
Het bijzondere is de vertraging. Waar een pinda-allergie binnen minuten toeslaat, kunnen bij alfa-gal twee tot zes uur zitten tussen bord en klachten. Alfa-gal moet eerst worden verteerd voordat het in de bloedbaan komt. Dat maakt de diagnose lastig: wie 's avonds laat plotseling misselijk wordt, legt het verband met de rôti van bij het avondeten zelden zelf.
Van tintelende mond tot anafylactische shock
De symptomen lopen sterk uiteen. In milde gevallen gaat het om jeukende bultjes op de huid, tintelingen in mond en slokdarm, buikpijn, braakneigingen of diarree. In ernstige gevallen zakt de bloeddruk, vernauwen de luchtwegen en dreigt een anafylactische shock – dezelfde levensbedreigende reactie die ook bij een pindaschok kan optreden.
"Alfa-gal komt niet voor in gevogelte of vis. Dat geeft dus geen problemen."
Kip, kalkoen en vis staan gewoon op het menu. Rundvlees, varkensvlees, lamsvlees en wild wel niet. Ook zuivel geeft bij een deel van de patiënten klachten, en gelatine – dat zit onder meer in gummibeertjes, sommige medicijnen en in vaccinhulpstoffen – kan een reactie uitlokken.
Waarom stijgt het aantal gevallen?
Verschillende factoren komen samen. De klimaatverandering vergroot het geschikte leefgebied voor teken: warmere winters en langere zomers duwen de dieren noordelijker en hoger de heuvels op. Natuurherstel zorgt tegelijk voor meer herten, reeën en andere zoogdieren waarop teken zich voeden. En de mens zelf trekt vaker de natuur in – wandelen, mountainbiken, kamperen.
Dezelfde combinatie verklaart waarom ook de ziekte van Lyme en tekenencefalitis (een virale hersenontsteking) in opmars zijn. Wie in Nederland of België in bossen, duinen of graslanden loopt, heeft in de zomer een reële kans op een tekenbeet – en dus, in theorie, op sensibilisatie voor alfa-gal.
Amerika versus Europa: andere teek, zelfde probleem
In de Verenigde Staten wordt het syndroom vooral verspreid door de lone star tick (Amblyomma americanum), een soort die in Europa niet voorkomt. Daar zou het naar schatting inmiddels om zo'n 450.000 gevallen gaan sinds 2010 – een cijfer dat de Amerikaanse gezondheidsautoriteiten expliciet als een ondergrens presenteren. In Europa is de belangrijkste verspreider Ixodes ricinus, de schapenteek. Die zit ook in Nederlandse en Belgische bossen en graslanden en verspreidt bovendien de ziekte van Lyme.
"Verschillende factoren werken de verspreiding in de hand. Als gevolg van de klimaatverandering breidt het geschikte leefgebied voor teken zich alsmaar uit."
Hoeveel Nederlanders en Belgen hebben het?
Harde cijfers zijn er nauwelijks. Alfa-galsyndroom is in Nederland en België niet meldingsplichtig, en niet elke huisarts denkt bij vage buikklachten meteen aan een tekenbeet van maanden geleden. Op basis van verslagen van allergiespecialisten gaat het in België om enkele tot een tiental nieuwe diagnoses per jaar. Voor Nederland ontbreken vergelijkbare centrale registraties.
De kans is groot dat het probleem wordt onderschat. Uit onderzoek onder Duitse boswachters en jagers – een groep die veel tekenbeten oploopt – bleek dat 35 procent antistoffen tegen alfa-gal in het bloed had. Dat is fors meer dan in een vergelijkbare stedelijke groep zonder intensief natuurcontact: boswachters en jagers hadden ongeveer 2,5 keer zoveel kans op sensibilisatie. Slechts een minderheid van die groep ontwikkelde vervolgens ook echt klachten na het eten van vlees. Waarom de ene mens ziek wordt en de andere niet, is nog onduidelijk – zoals bij zo veel allergieën.

Alfa-galsyndroom in het kort

  • Wat: een IgE-gemedieerde allergie voor het suikermolecuul alfa-gal, veroorzaakt door een tekenbeet.
  • Reactie op: rood vlees (rund, varken, lam, wild), zuivel, gelatine, sommige medicijnen.
  • Geen reactie op: gevogelte, vis, plantaardige producten.
  • Symptomen: netelroos, tintelingen, buikpijn, diarree, in ernstige gevallen anafylaxie.
  • Karakteristiek: klachten treden vaak pas twee tot zes uur na de maaltijd op.
  • Behandeling: geen genezing; het advies is zoogdiervlees en risicoproducten mijden.
loading

Loading